Aasgerei

BOODSCHAP

Wie zegt dat jij me roept
vogel in je zwarte staren

goed dan maak je kenbaar
zodat ik werken kan

neem me niet kwalijk
dat is mij inderdaad

ontgaan ach
zoveel.

BIJZIJN

Ik wil je vangen zo
dat je niet merkt hoe

jouw vlucht een keer
neemt als men je nodigt

te zingen in het bijzijn
van een ander.

PORTRET

Zij is te mooi voor voorbijgaan
iets vraagt mij in haar meer
te zien dan vogelvrouw

haar zitten dwingt mij
tot vervullend
delen dit

zinkend staren
van de ziel waarin
haar loden oog zich jongt.

SPEL

Zon veel licht en warme dagen
waarin wij aan elkaar gewaagd
genieten van het tuimelen
der dingen hier

kwettert hij om brood
daar hupt zij om haar lief
en ‘s avonds zit elk stil vertakt
dit spel luid te bezingen.

VERHAALTJE

Geen geheimen niet
nog meer verlies wil ik

je schenken lieve
laatst van al verlangen

laat voldoende zijn dit
verhaaltje voor het slapen

heel heel lang geleden
zijn wij vogels eens verdwaald

in een vreemd bos
zonder enig zuchtje wind

als toen de merel niet
uit volle borst gezongen had

waren de elfjes nooit
gaan dansen.