Rumi

JE HEBT GELEZEN

Je hebt gelezen waar staat dat
geliefden voortdurend bidden.

Eenmaal per dag, eens per week, vijf keer per uur
is niet voldoende. Wij zijn vissen
en hebben de oceaan om ons heen nodig.

Zeggen kameelbellen soms: Laten we elkaar weer zien
op donderdagavond?
Belachelijk. Ze klingelen
samen onophoudelijk,
en praten terwijl hun kameel wandelt.

Ga jij regelmatig bij jezelf op bezoek?
Zoek geen argumenten of een redelijk antwoord.

Laten we sterven,
en stervend antwoord geven.

KOM

Kom
naar de boomgaard in de lente.
Er zijn licht en wijn en
liefjes tussen de granaatbloesems.

Kom je niet,
dan doet dit alles er niet meer toe.
Kom je wel,
dan doet dit alles er niet meer toe.

JIJ DIE TOT GEBOORTE KOMT

Jij die tot geboorte komt
vol van mysterie:

jouw donderstem
maakt ons zo gelukkig.

Brul, leeuw van het hart,
en scheur me open.

VREEMD

Vreemd,
wat voor wezens
zijn wij!

Dat zittend
in de hel
op de bodem
van het duister
wij bang zijn
voor onze eigen
onsterfelijkheid.

JIJ ZIT HIER DAGENLANG

Jij zit hier dagenlang
en zegt:
“Dit is een vreemde kwestie.”
Jijzélf bent de vreemde kwestie.
Je draagt de energie van de zon in je,
maar je blijft hem oppotten
op je bekkenbodem.

Je bent een raar soort goud
dat in de oven gesmolten wil blijven
om maar geen munt te hoeven zijn.

Zeg EEN in je eenzame woning.
Al het overige liefhebben is je nestelen
in een leugen.

Je bent van zoveel wijnsoorten zat geweest.
Proef dit.
Het zal je niet doen steigeren.
Het is vuur.
Geef maar op,
als je nu nog niet begrijpt dat
jouw leven brandhout is.

Deze woorden gaan zwellen.
Beter dan een gesprek
is innerlijke groei.

HET WEZENLIJKE IS LEEGTE

Het wezenlijke is leegte.
Al het andere:
willekeur.

Leegte maakt liefde vredig.
Al het andere:
een ziekte.

In deze wereld van illusie
is leegte
wat jouw ziel verlangt.

OPLOSSER VAN SUIKER

Oplosser van suiker,
los me op,
als dit het moment is.
Doe het zacht,
met aanraking of een blik –
elke ochtend wacht ik bij dageraad,
zoals eerder al gebeurde.
Of doe het plotseling,
als een executie.
Hoe anders kan ik klaar zijn
voor de dood?

Jij ademt zonder lichaam, als een vonk.
Jij treurt, en ik voel me al lichter.
Jij houdt me met je arm op afstand,
maar juist die afstand trekt me.

ZIJ DIE NIET VOELEN

Zij die niet voelen
hoe deze liefde hen
meetrekt als een rivier,

zij die het ochtendlicht niet drinken
als een beker bronwater
of de schemer niet verorberen als avondmaal,
zij die niet willen veranderen,
laat hen slapen.

Deze liefde
gaat verder dan de oude trucs en schijn
van godsgeleerdheid.
Wil je zó je geest verbeteren,
slaap dan verder.

Ik heb mijn brein eraan gegeven,
heb het gewaad aan stukken gereten
en weggegooid. Als jij niet
volkomen naakt bent, drapeer
dan je fraaie mantel van woorden om je,
en slaap.

DIT MENSZIJN IS EEN HERBERG

Dit menszijn is een herberg.
Iedere ochtend
een nieuwe aankomst.

Een vreugde, een bedruktheid, een lage streek,
steeds arriveert een momentaan besef
als onverwachte bezoeker.

Verwelkom hen, en verzorg hen allen!
Zelfs al vormen zij een bende leed
die jouw huis met geweld berooft
van al zijn bezittingen:
schenk elke gast een waardige behandeling.
Wie weet plukt hij je kaal
om jou een nieuwe verrukking te laten beleven.

De duistere gedachte, de schaamte, de kwaadaardigheid,
open met een lach de deur voor hen
en nodig hen binnen.

Wie er ook mag komen, wees dankbaar,
elk van hen is gezonden
als boodschapper van het onbekende.

SPIRITUELE DAGJESMENSEN

Spirituele dagjesmensen, zij
vragen zomaar, “Hoeveel kost dat?”
“O, ik kijk alleen maar wat rond.”

Zij betasten een honderdtal voorwerpen
en zetten ze terug,
schaduwen zonder kapitaal.

Wat verhandeld wordt is liefde
en twee ogen, vochtig
van tranen. Maar zij wandelen
een winkel binnen, en hun hele leven
vervliegt plots in dat ogenblik,
in die winkel.

Waar ben je geweest? “Nergens.”
Wat heb je gegeten? “Niets bijzonders.”

Zelfs al is jou niet duidelijk
wat je wil, koop iets,
om te delen
in de algehele uitwisseling.

Begin een enorm, waanzinnig project,
zoals Noach.

Het maakt absoluut geen
verschil wat mensen
van je denken.

ALS DE ZIEL RIJST

Als de ziel rijst
tot in je lippen,
voel je de kus
die je altijd wilde.

Bovenstaande gedichten uit:
Barks, C. en Green, M.: The Illuminated Rumi. New York 1997

VOLTOOIING

Ik was altijd verlegen;
jij bracht me aan het zingen.

Ik beheerste me altijd aan tafel,
nu roep ik om meer wijn.

In sombere waardigheid zat ik altijd
op mijn mat en zei mijn gebeden.

Nu rennen er overal kinderen rond
en steken de draak met me.

Barks, C: The essential Rumi. Edison 1997, p. 238

LOFZANG

Ben je bij iedereen behalve bij mij,
dan ben je bij niemand.

Ben je bij niemand anders dan bij mij,
dan ben je bij iedereen.

Wees niet slechts betrokken bij iedereen,
maar word iedereen.

Als je zovelen wordt, ben je niets.
Leegte.

Barks, C: The essential Rumi. Edison 1997, p. 28

KUS

Ik zou je zó graag willen kussen.
“Deze kus kost je je leven.”

Meteen rent mijn liefde naar mijn leven en roept:
“Wat een koopje – kom, we doen het!”

Barks, C: The essential Rumi. Edison 1997, p. 37

ENKEL ADEM

Niet christen of jood of moslim, niet hindoe,
boeddhist, soefi of zen. Geen enkele religie

geen cultuursysteem. Ik kom niet uit Oost
of West, niet uit de oceaan of omhoog uit

de aarde, ben niet stoffelijk of etherisch,
behoor niet tot de elementen. Ik besta niet,

ben geen entiteit in deze wereld of de volgende,
stam niet van Adam en Eva of eender welk

ontstaansverhaal. Mijn plaats is plaatsloos,
ben zuchtje plaatsloosheid. Lichaam noch geest.

Ik behoor tot de geliefden, zag beide werelden
als één en op dit ene beroep ik me en weet

eerste, laatste, buiten, binnen – enkel dit
adem ademend menselijk wezen.

Barks, C: The essential Rumi. Edison 1997, p. 32

ZET ALLES OP HET SPEL

Zet alles op het spel
voor liefde
als je waarachtig
mens bent

zo niet
verlaat deze vergadering
want halfhartigheid
levert geen majesteit

je gaat op weg
om God te vinden
maar blijft hangen
op onheilspellendste plekken

wacht toch niet langer
verzink in de oceaan
laat alles los zodat
het water jou kan zijn.

Barks, C. en Green, M.: The Illuminated Rumi. New York 1997, p. 58-59

ZUL JE DE MOEITE KENNEN

Zul je de moeite kennen
van mens-zijn
als je steeds wegfladdert
naar blauwe perfectie

waar zul je ooit
je leed kunnen planten

we hebben grond nodig
om te wieden en te harken
geen hemelen
van wazig gemis.

Barks, C. en Green, M.: The Illuminated Rumi. New York 1997, p. 75