Brom

De levenszon leert
ons zacht te stralen
zachter steeds
minder onachtzaam
steeds dieper doordrongen

terwijl feitelijkheden
elk opnieuw tonen
de voor- en achterzijde
van hun kleefspul
neigend dreigend bedrieglijk

schilfert de handhuid
van mijn oude leraar
zijn geur bereikt mij
biologisch achterhaald
zijn lijf vergaan

vreemd hoe de dagen
vluchtig verbeeld
vervagen zich sluiten
de ogen en wissen
voltallig belang

afscheid is toescheid
wist jij verrassend mij
het lied van vervulling
te zingen de ademdans
oceanisch delend

zachtjes in en om en
door mij bromt nu
jouw vreugdeskracht
verwarmend het hart
van al wat wij zijn.

Uit: DHARMIUM/SMELTSPEL

Ware wereld

Elk land heeft zijn dwazen
en dichters
elk mens zijn aap
en zijn os

net als jij heb ook ik
gevochten
om stevig te leren inzien dat
weinig vaststaat

het is zo eenvoudig bedrog
te doorzien
aan de buitenkant van wat
ons beweegt

en innerlijk verdwaasd dan
te meesmuilen
hoe waarheid weer eens
is illusie

dieper ontmoetend de wachters
van angst rond
de vleesvracht die ons zo
automatisch verorbert

keer ik instant weg
van het heilloze dwalen
en peddel naar de oever
van open ontvankelijkheid.

Uit: DHARMIUM/SMELTSPEL

Laat in de herfst (Wang Wei)

Bron: arts.cultural-china.com

LAAT IN DE HERFST

Hier zo zittend voel ik verdriet om verlies van mijn kracht,
het is nog geen negen uur en de zaal is al verlaten;
een regenstorm plet de wilde vruchten,
insecten komen tjirpen hierbinnen onder de lamp

het is moeilijk grijs haar te ontlopen, razend moeilijk,
en waarachtig goud laat zich niet zomaar fabriceren;
voor wie zoekt naar een medicijn tegen de kwalen van ouderdom,
is er slechts dit ene: ken het ongeborene!

Uit: Vertalingen/KLUIZENAARS