Loflied


KRACHT

Bron die alle vuur voedt
verbergt zich in mijn lichaam
adem is haar lieflijk serum
aandrang haar gezag

het vele lijkt van haar los te staan
vonken doven zienderogen
maar ergens smelt van binnen
al wat huid heet tot het ene

beleven waarvan eeuw op eeuw
zij wist dat jouw meesterlijkheid
hierop wachtte en jij
je verheugend nooit stierf.

tekst Uit: hartenis/expressie
beeld avalokiteshvara: buddhagroove

Louter zijn (Wallace Stevens)

LOUTER ZIJN

De palm aan het einde van de geest,
voorbij de laatste gedachte, verrijst
in het bronzen decor,

Een goudgevederde vogel
zingt in de palm, zonder menselijke zin,
zonder menselijk gevoel, een uitheems lied.

Je weet dan dat het niet het denken is
dat ons gelukkig maakt of ongelukkig.
De vogel zingt. Zijn veren schitteren.

De palm staat aan de rand van de ruimte.
De wind beweegt zacht door de takken.
De vlammende veren van de vogel wiegen traag omlaag.

Uit: Vertalingen/DIVERS
Illustratie: PIXELS.COM

Herberg

HERBERG

Neem plaats in kleurrijk dienstverband
en koester niet langer klein contrast,
schenk juist dit ongrijpbaar bestaan
aan wat jij ten diepste verlangt

moge de ochtendpoort jou openen
een grenzeloos terrein, stralend
van vredig verbonden beleven
hoe elementaire goedheid heerst

welkom in herberg de Juwelenhaard
waar men wijsheid serveert en gemoedsrust:
hartige gerechten naar keuze
voor elke denkbaar grimmige tocht

het traject dat intussen achter je ligt
zal niet exact traceerbaar meer zijn,
we hebben onszelf als weefselwezens
nu eenmaal gebrekkig afgesteld

zelden maken vlokjes vlees
duurzaam connectie met innerlijkheid,
dus hoe betrouwbaar is hun zicht
op het nut van het vele profane

wakend berooft ons het vormenspel
van nuchtere greep op dwarrelende zinnen,
terwijl ‘s nachts venster na venster
zich opent en zie: je verdwijnt

hoe koerst men dan tussen licht en donker
naar de vanouds aanwezige oever
waar ook mijn leraar voorgoed thuiskwam
door oceanische adem verzadigd

loslaten leerde me de kracht te waarderen
die aldoor pulseert en nergens op leunt;
toelaten schenkt ons de levende context
die nergens nog lekt of aanvult

vroeger weigerde ik vrienden zelfs
in mijn particuliere alaya-moeras,
maar sinds ik graf en geboorte verliet
neemt Mara er steevast een kijkje

dan groeten we elkaar en glimlachen,
wetend van Boeddha’s sublieme gebaar;
soms geeft hij advies of hoor ik suggestie
en dan dank ik zo’n godheid van harte

want wie heeft er méér baat bij ontwaken
dan dit ongeschoold haperschaap:
wie is er niet die mij intiemer nog leert
de synchrone taal van bedoeling

kom dus, neem plaats in je zetel,
dit is het verhaal van de grote kwestie
en van een reis die stilaan ons tovert
tot berg van beleving.

Uit de reeks: dharmium/wiswerk
Illustratie: WALLUP.NET

Loflied op mijn leraar


(Yunyan, 780-841, leraar van Dongshan)

Loflied op mijn leraar

Vermijd bewust het buiten je te zoeken
anders wijkt het steeds verder van je.
Vandaag wandel ik alleen
maar in alles ontmoet ik hem.

Hij is niemand anders nu dan mij
maar ik ben niet hetzelfde als hem.
Zo moet het begrepen worden
om te kunnen opgaan in zodanigheid.

Auteur: zenleraar Dongshan (807-869)
Uit: Vertalingen/kluizenaars

Liefdeslied (Rilke)

LIEFDESLIED

Hoe wend ik mijn ziel
om jou niet te raken
hoe til ik haar over
jou heen naar de rest

waar vind ik de plek
in vreemdste omgeving
die niet wordt geroerd
door jouw dieper bestaan

als de strijkstok twee snaren
zingt versmelting
één stem

op welk instrument
tovert wie dit
huidloze deinen?

Uit: Vertalingen/Rainer Maria Rilke

Regendruppel

REGENDRUPPEL

Uit oudste dampkringconstellatie
geperst tot willekeurige wolk
oefent deze regendruppel

met alle medegedoemden
zich bundelend bij stormkracht
in zonnelicht herademend

tegen steeds anonieme vensters
te pletter slaand en haast
onmerkbaar vergaan tot aardkorst

toch via oceaanzang stijgend weer
thermisch duizelingwekkend
zich in het ongeborene.

Uit de reeks: WISWERK