Bloedend (gedicht + audio)

BLOEDEND

“In het begin arriveert er niets,
in het midden blijft er niets,
aan het einde vertrekt er niets.”

(Milarepa)

UW WIL

Puur beleven wil ik u
laat daarom beelden varen
niets verlang ik dan kracht

puur beleven wil ik u
dus rust ik in de adem
op de ene werking wiegend

puur beleven wil ik u
gelost in vlezen gloed
is alles mij goed.

UW AARD

U ledigt mij meedogenloos
murw sleept uw mangeltred

her en der onvindbaar mij
verslagen neem ik waar.

Lees verder...

UW TEKEN

Laat me dienaar zijn
eender welke opdracht

gerustgesteld mag richten
mij het poverst teken.

UW STEM

Uw macht heeft me bereikt
duister woord is licht ontvangen

in dank zal niets voortaan
dit hart dan klank verlangen.

UW ZANG

Stuur me waar u wenst
strijdloos bewogen

volgzaam vervoerd
onwrikbaar vredig.

UW STRIJD

De ver doorgedrongen vijand
liet zijn list niet duiden

maar uw diepere kreet
bemoedigt elk bediendenhart.

UW WAPEN

Het wapen van uw adel
heeft ontmanteld mijn beleg

de ene vorstelijke blik
sloeg plat het vals serpent.

UW JUWEEL

Met bekers vol gezag
nodigt steenvuur ons ter tafel

warm en helder vertrekt
mens na mens beschonken.

UW DOMEIN

Korreloceaan
verblindend massief

hoe fijner kristal
hoe ruimer de bedding.

UW LIEFDE

Dank is ongepast waar
waarheid nooit stagneert

telt soms wat ik liefheb
nu u dit hart begeert?

UW RUST

Zich oerkracht in
vleesvracht woest
weten is wusten

bewust weet zich
doodloos nooit
liever verwoest.

Uit de reeks: WERKTERREIN

 

Moderne poezie (door Wallace Stevens)

Het gedicht van de geest die bezig is te onderzoeken
Wat zal volstaan. Niet altijd heeft het iets moeten
Vinden: de locatie stond vast; er werd herhaald
Wat het scenario zei.
­­                                   Vervolgens transformeerde het theater
In iets anders. Zijn verleden was een souvenir.

Levend moet het zijn, wil het de taal van de plek leren,
De mannen van het moment moet het tegemoet treden en
De vrouwen van het moment ontmoeten. Het moet nadenken over oorlog
En onderzoeken wat zal volstaan. Het moet
Een nieuw podium bouwen. Op dat podium moet het staan
En als een gulzige acteur, in alle rust en
Bewustheid, woorden spreken die in het oor,
In het uiterst gevoelig oor van de geest, herhalen,
Zorgvuldig, dat wat het wil horen, een geluid
Waarnaar niet waarneembare toehoorders luisteren,
Niet naar het verhaal, maar naar zichzelf, uitgedrukt
In een beleving als van twee mensen, als van twee
Belevingen die één worden. De acteur is
Een wijze filosoof in het verborgene, bespelend
Een instrument, bespelend een veerkrachtige snaar die passerende geluiden
Plotse kloppendheden schenkt, volledig omvattend
De geest, waaronder het niet kan afdalen,
Waarboven het zich geen uitstijgen wenst.
­­                                                                        Het moet zijn
Een ontdekken van volheid, en kan zijn
Een man die rolschaatst, een vrouw die danst, een vrouw
Zich kammend. Het gedicht van de bezigheid die geest heet.

Stevens, Wallace: Collected poetry and prose.
New York 1997, p. 218

 

Keerpunt (door Baochi Jizang)

KEERPUNT

De vele veranderingen in het verleden,
ons zuchten tijdens het afscheid;
tien jaar lang wist geen enkel bericht
onze werelden opnieuw te binden

gouden schalen op een altaar van sandelhout
– is alles goed met jou?
een stenen hut, een meditatiekussen
– precies het juiste voor mij

het warme licht van de lentezon
moet de sneeuw op mijn slapen nog smelten;
pas als het droomspel verbroken wordt
ontvouwt zich in mij zijn heldere zin

vaak was jij daarin aanwezig
en bemoedigde mij op mijn droomtocht,
maar wanneer ik nu achter me kijk:
is daar iemand, op die Weidse Vlakten?

Tekst: Baochi Jizang (17e eeuwse vrouwelijke Zen-meester)
Bron: Grant, Beata: Eminent nuns; women Chan masters of seventeenth-century China. Honolulu 2008, p. 139)
Foto: Corrales chronicles

 

Glorie van vrijheid (gedicht van Ryokan)

GLORIE VAN VRIJHEID

Een leven lang te lui om te slagen
koers ik in alles op hemelse waarheid.
Drie pakken rijst telt mijn huidige voorraad
plus een bundeltje hout bij het haardvuur.
Geen drukte over wie verlicht is en wie niet,
wat zegt me de walm van roem en bezit?
Nachtelijke regen bedekt deze rieten hut,
ik strek mijn twee benen zoals het mij uitkomt.

Ryokan (Japan, 1758-1831)
Foster, Nelson & Shoemaker, Jack: The roaring stream;
a new Zen reader. Hopewell 1996, P. 350