Zeggelings

Zwiep voorwaarts het wiel
van de vier grote universele geloften.
(zenmeester Hakuin)

HET WAARHEIDSWIEL

Dit lijdend lichaam is als
wensjuweel een herberg
voor elke levensvorm een
thuis voor alle bewegen
een diepe grond die vredig
de tekens voedt van wie
zoekt naar voeling met wat
werkelijk nergens voldoende
zich liefdevol leerde zien

inzicht omtrent oude honger
legt de oorzaak bloot van
mijn enge voorraad ademing
mijn lekgeslagen interesse
die steevast proevend hier
het ongemak van overdaad mij
laat staren door de rijen spijlen
in het lok- en weigerraster
van doodgeboren willekeur

geen enkele vorm is eindvorm
want zoveel versere werking ons
dagelijks zoveel eerder vormt
uit ademloze voorgeboorte ons
veel dieper bron vervoert
ons hart zo ongenadig stuwt
door fluwelen volheid dat zelfs
jij verrast gewekt verwelkomt
vorstelijkst totaalbestaan

de zegetocht van deze draak
door cellenstof en breingewas
leunend hier en proestend daar
maakt wel beschamend kenbaar
de grove wapens in mijn hand
de giftig geurende helingsdrang
en diep geschonden taligheid
van ons waakzotte wezens
zo sereen door hem verorberd.

LEERWENS

Hoe groot moet onze keuze zijn
hoe terecht roept ons verlangen
welk gaatje is nog niet gevuld
en hoeveel ruimte mag er zijn
slaan de stoppen nog niet door
vriend of ben je reeds in slaap
gevallen bij het zoemen van
zich ontvouwende interpretatie

ons gebeente intussen schakelt
zijn vele duizenden klopmodules
lustig en ouderwets vertrouwd
van luidruchtig naar intiem en
gedwee naar zwierig dan instant
omgekeerd haast aartsvijandig
allicht, zo leren wij verteren
dit biomagisch krachtvoer

maar wat moet de buurvrouw
dan met haar wekelijkse gasten en
hoe doorstaat haar hond intussen
ons zo gulle asielgeweten
straks als ik naar mijn moeder ga
zal zij weer weigeren mij te kennen
hoe hard ik ook proberen wil
steeds boeit haar wezenlijkers

krachtigers is hier werkzaam
warme goedheidsnevel golft
over de vele ontmoedigde kruinen
en sprenkelt zachtjes vuurvocht
ik slik verrast en voel me bijna
overvallen maar weet onwennig
dit vleesgeval slechts worstelt
met hoe wonderlijk alles waar is.

ONTWAAND

Tussen de dubbele waan
van zelfbedrog en onmacht
ontspringt gods glimlach
vrijmoedig in elk mensenhart

het doet goed
als dolgunnend gezelschap
ons vreugdevol stuurt
op steeds doellozer pad

van alle voedsel onderweg
is er geen krachtiger hap
dan hartverwarmend notiesap
uit vorstelijk vertrouwen

zo zijn we doodnormaal
gestart en stilletjes voorzien
achterwaarts voorgoed voltooiend
deze dysfunctionele thuiskomst

nog vóór de gids is uitgesproken
en niemand luistert meer
naar wat profetisch
achterhaald de ruimte vult

ook zonder bemoedigende tongen
zijn wij al intiemer mens
want overal bespoeld ontwaakt
en opent zich ons magisch weefsel

naadloos groot of klein
dit allerwonderlijkst verfijnen
vindt plaats vóór willekeur
van droom en vleesverwerking

wat echt is drijft niet weg
maar wordt gedragen
in de oude heilige stroom
van liefdevol ontgrenzen

jij blakende levenskern
voelt donders goed mens
hoe diepst bedoeld
wij vrij zijn.

MEESTERLOOS

Snot of slivovitz pray for us
(Philip Whalen)

Alle leven worstelt lijflijk zich
door sloom begoocheld maaksel
van feitelijk niet-bestaan

droeve dwaasheid
in elke spat moeras glimmend
nieuwe hordes minnaars

de meesterloze leerling
viert bewust gedwee ons
meest ambachtelijk menszijn

uit intiemste bossen kapt hij
op zacht bevel van haardvuur
steeds steviger hout.