Bestaan

BESTAAN

In de afvalemmer schimmelt
een oude poetslap

zomergeur drijft binnen
door het raam

nergens een onafheid
dit bestaan.

KIJK

Vanwaar je geklungel
drukte om de drukte
van het ijdele grijpen
gemor om kruimels

aanvaard het geklaag
van spijtige wandaad
of wrokkig verzet om
lonk en lekking

kijk naar de kleinheid
en voel je hart hunkeren
naar dat magisch ene
vlokje waarheidszang.

OVERSTEEK

Bodem stroomt niet
steek over

ruimte beweegt niet
laat los

waarheid sterft niet
sta op

liefde liegt niet
zeg ja.

WERELDEN

Grote roerselen van beschaving
wereldvrede geconsolideerd
aan duurste beurzen genoteerd

hier moet het bed gemaakt
en alle worsteling aangegaan
om nergens goedkoop te bestaan.

IK

Denken is woordwerking
beleving mysterie
mysterie geen woord.

VORSTIN

Gods muis piept welluidend
boven alle gedonder uit
van vrees en ontbering

ontwaar haar
op de schoonmaaktroon
waar zij oplost

in heiligst zitten
schenkt zij ons haar
steeds ruimhartiger staartje.

NAZAAT

Zestig jaar krakkemikkig
gezocht naar verhevenheden
in mijn schedel

steeds lichter en ruimer
tuimelen door mijn huid
nu werelden in en uit

dankzij de brede tong
die schrik aanjoeg het dwaze
gehengel aan oevers.