Buitenstaanders

ZAKENMAN

Schor zijn gulle lach
verankerd in de verkoop

is hij geslaagd
zijn grap vooruit.

VADER

Als uit een oud geborgen boek
lees ik het stille

leven dat jij nu bent blauwogige
cocon.

BEJAARDE

De grijsaard zong ooit ik
ben ook jong geweest

nu lacht hij in zijn vuistje
en juicht bij elke rake stap.

SCHRIJVER

Schuw
zijn stenen huis

hangt openbaar hij zich
te drogen.

STERVENDE

Als enige ziet hij af
van golven

de wadende karavaan
laat hem een blaffende hond.

RIDDER

Weerbaar van kledij tot
knook zich wanend

graait bij gevaar hij
vergeefs om teugel.