Gronden

AARDSEL

Betraan de mens
verloren waan

leven sticht niet
het stelt lijdend

vast hoe
dood gelukt.

DOCUMENTATIE

Blijk is beweging
van geest alles

staat van eigenheid
ongrijpbaar vast.

IK BEN

Twee zelven ondenkbaar
het ene te geef

links rechts verzonnen
niets dat ik ben.

BEGIN

Vormloos veld
stuurt het hart een

zich niet herinnerend
lijf ten grave.

NOODZAAK

Vreemd onafwendbaar
zo dichtbij

te zijn
wat niet bestaat.

ONDERRICHT

Rijkdom heerst in eenheid
kleurt alles doorleefd

wat wint uit dodendom
zich innerlijk gelaat.

STROOM

Wat is er aan de hand
het hart bloedt niet te stelpen

waan inkeer
stuwt stroomopwaarts

steeds dodelijker doorwaden
van al maar kalmer

al maar kalmer
kracht.

BEKRACHTIGD

Zodanigheid in stof
schept vreemde vulling

vuur van afkomst
geen steenkool geen as

willoos geef vonkvast gehoor
ik spraakzaam verterend droomsel.

BESTEMD

Gewoonte stokt zodra het doek licht
ligt hartcel bloot aan viering en verval

alle stervelingen zuchten een lied
dat eindigt in hun geest.

BEZEGELD

Veelzijdige steen
langdurig kantelend
geeft dodelijk precies
de grondtoon voor leven

vorm na vorm
ontslaapt stemhebbend
stil mint het oog
de vage drek

veelzijdige steen
langdurig kantelend
geeft eenmaal doorleefd
zelfs kadavers gezag.