Herfstavond (gedicht van Pao Jung)

HERFSTAVOND

Nu het hele universum
zich kleurt met regen
ziet men nauwelijks meer zijn vorm

vanaf de overzijde van de rivier
klinkt ver weg
de dreun van soetra-gezang

op de Tsuke-berg
gaan in dit nachtelijk duister
talloze monniken in meditatie

maar bij deze steenhoop
wie zal hier bezemen
de herfstwolken?

GEDICHT VAN Pao Jung (9e eeuw),
BRON: O’CONNOR, MIKE AND JOHNSON, R. STEVE: WHERE THE WORLD DOES NOT FOLLOW;
BUDDHIST CHINA IN PICTURE AND POEM. SOMERVILLE 2002, P. 91

Glorieuze boeddha (gedicht van Rilke)


Afb.: Pinterest

 

GLORIEUZE BOEDDHA

Midden van elk midden, kern aller kernen
steeds krachtiger zoetheidsamandel
tot aan de sterrengrens is dit alles
jouw vruchtvlees dat ik groet

kostelijk hoe niets meer kleeft
in jouw oneindigheid hoe
de bron stroomt en jou vult
en laat schitteren buiten

het licht van alle zonnen
die in gulste gloed jou sieren
terwijl van binnen reeds verstilt
wat glans en grauw overstijgt.

 

BUDDHA IN  DER GLORIE

Mitte aller Mitten, Kern der Kerne,
Mandel, die sich einschließt und versüßt, –
dieses Alles bis an alle Sterne
ist dein Fruchtfleisch: Sei gegrüßt.

Sieh, du fühlst, wie nichts mehr an dir hängt;
im Unendlichen ist deine Schale,
und dort steht der starke Saft und drängt.
Und von außen hilft ihm ein Gestrahle,

denn ganz oben werden deine Sonnen
voll und glühend umgedreht.
Doch in dir ist schon begonnen,
was die Sonnen übersteht.

 

Rainer Maria Rilke, Sommer 1908 (vor dem 15.7.), Paris.
Rainer Maria Rilke: Ausgewählte Gedichte. Frankfurt am Main, 1966, p. 60
Die Gedichte. Frankfurt am Main, 1996, p. 539.

 

Het waarheidswiel (audio-versie)

Zwiep het wiel van de vier grote universele geloften voorwaarts.
(Zen-meester Hakuin)


HET WAARHEIDSWIEL

Dit lijdend lichaam is als
wensjuweel een herberg
voor elke levensvorm een
thuis voor alle bewegen
een diepe grond die vredig
de tekens voedt van wie
zoekt naar voeling met wat
werkelijk nergens voldoende
zich liefdevol leerde zien.

Inzicht omtrent oude honger
legt de oorzaak bloot van
mijn enge voorraad ademing
en lek geslagen interesse
die mij steevast proevend hier
het ongemak van overdaad
laat staren door de spijlen
in het lok- en weigerraster
van doodgeboren willekeur.

Geen enkele vorm is eindvorm
want zoveel versere werking ons
dagelijks zoveel eerder vormt
en ademloze voorgeboorte ons
uit veel dieper bron vervoert
ons hart zo ongenadig stuwt
door fluwelen volheid dat zelfs
jij oprecht gewekt je opent
voor vorstelijkst totaalbestaan.

De zegetocht van deze draak
door cellenstof en breingewas
leunend hier en proestend daar
maakt wel beschamend kenbaar
de grove wapens in mijn hand
de giftig geurende helingsdrang
en diep geschonden taligheid
van alle waakzotte wezens
zo sereen door hem verorberd.

(uit de reeks Dharmium/Zeggelings)

Goed seizoen

goed-seizoen

GOED SEIZOEN

Honderden bloemen in de lente
de maan in de herfst
een koele bries in de zomer
en sneeuw in de winter

als er geen loze wolken
drijven in je geest
is dit voor jou een goed seizoen.

 

Zen-meester Wumen (1183-1260)
Bron: Zenkei Shibayama: The gateless barrier.
Boston 2000, p. 140

 

Zeg “Een” (gedicht van Rumi)

Jij zit hier dagenlang
en zegt:
“Dit is een vreemde kwestie.”
Jijzélf bent de vreemde kwestie.
Je draagt de energie van de zon in je,
maar je blijft hem oppotten
op je bekkenbodem.

Je bent een raar soort goud
dat in de oven gesmolten wil blijven
om maar geen munt te hoeven zijn.

Zeg EEN in je eenzame woning.
Al het overige liefhebben is je nestelen
in een leugen.

Je bent van zoveel wijnsoorten zat geweest.
Proef dit.
Het zal je niet doen steigeren.
Het is vuur.
Geef maar op,
als je nu nog niet begrijpt dat
jouw leven brandhout is.

Deze woorden gaan zwellen.
Beter dan een gesprek
is innerlijke groei.

Bron: prachtig vormgegeven uitgave van Green en Barks:
The illuminated Rumi
> HIER meer vertalingen van Rumi’s poëzie

Betrouwbaar (audio-versie)

BETROUWBAAR

Rusten op de adem
zakken naar de bron

vele taferelen
verre verschijnselen
ontwortelend denken

steeds fijner de trilling
steeds ruimer de cel

onrust angst
onpeilbare dwang
woud van verlangens

rusten op de adem
zakken naar de bron

zwak behoeftig
aangetaste leden
uithuizigst bestaan

steeds fijner de trilling
steeds ruimer de cel

beelden als water
vlagen gevoel
waan alle greep

rusten op de adem
zakken naar de bron

weten van liefde
licht in het hart
bevrijdingsritueel

steeds fijner de trilling
steeds ruimer de cel.

(uit de reeks Werkterrein / Veldbek)

De onthoofde dichter

Verslag van een collectieve dichting
door Birgitta Putters

Samen een gedicht maken dat betekenisvol is, zeggingskracht heeft, aantrekkelijk in vorm en ritme en woordkeus, en ook nog een zuivere expressie is van wat op dat moment heerst.
Dat was de afsluitende oefening op de laatste ochtend van de Stiltij-retraite in Cortils (september 2017).

Zuivere expressie is een eerste voorwaarde om het gedicht betekenisvol te laten zijn. Het is tevens een voorwaarde voor de ontvanger en de lezer om het te kunnen navoelen tot in zijn oorsprong en in al zijn betekenissen; iets wat goede poëzie en goede kunst in het algemeen bewerkstelligt.

Poëzie is een geschikt middel (upaya) mensen te laten delen in een gevoelde werkelijkheid, in het leren wat die werkelijkheid is, hoe die werkt en gaande is. Deze bewering kan de misvatting wekken dat poëzie een boodschap moet bevatten die erin wordt gelegd, waarbij de techniek (ritme, klank) wordt benut om te overtuigen.

Maar de boodschap is de zuivere expressie zelf en de techniek staat in dienst van de schoonheid en de beleving van de ontvanger. Kunstenaarschap, als aspect van bodhisattvaschap, is dan ook niet iets dat naar een ander wordt gericht, maar het is de realisatie van de puurheid en goedheid van leven zelf. Alleen maar hieraan uitdrukking willen geven werkt als de grootste inspiratie en eye-opener.

Als je zó je volheid inneemt, gebeuren er twee dingen:

1. je gunt iedereen dat het lijden wordt opgelost
2. je voelt je niet verschillend van anderen

Het samenvallen met anderen, het opheffen van isolement (2), is realisatie voor alle wezens. Hierdoor is ook meteen duidelijk dat jouw gunnende houding (1) niet bestaat uit een betekenisvol willen zijn, maar uit een intentie om al je energie te investeren in het opheffen van je eigen blindheid en egoïsme.

Door je volle vertrouwen in je leervermogen druk je je elk moment volledig uit. Er is niets wat niet gezien mag worden, er is niets wat je niet wilt voelen. Deze volledige expressie is jouw ware aard.

Hoe druk je je nu uit in verbondenheid met alles, zonder invulling of eigen sporen, helemaal recht doend aan wat er is? Hoe voel je goed wat de bedoeling is en wat het jou te zeggen heeft? Hoe houd je de interesse levend als het zich niet meteen openbaart? Hoe voel je of iets zich aandient vanuit jouw persoonlijke kleur of dat het een universeler signaal betreft?

Er zijn drie principes te benoemen die een richting geven van een antwoord:

1. er is niets anders dan de ene werkelijkheid. Alles wat je bedenkt en droomt zet je op een zijspoor. Niet denken, maar aandacht schenken.
2. alle signalen worden je geschonken. Je kunt kijken wat ze betekenen, en je kunt ze ook weer loslaten. Niet evalueren, maar waarderen.
3. expressie zijn is interessanter dan een resultaat kunnen presenteren. Niet indruk maken, maar uitdrukking geven.

Deze principes houden je bij de les en schenken je veel meer plezier en voldoening. In plaats van oude of karmisch-particuliere koek op te lepelen, ben je voortdurend aan het leren wat het leven bedoelt.

Lees verder...

De eerste ingang van het gedicht was verbazing: tjee!
Wat deed ons dat uitroepen?
Er was een besef van veel mogelijkheden, een ruimte van potentie; dit besef gaf ons een interessant inhoudelijk thema.
Wat doet zich voor in die ruimte van potentie, hoe voelt dat? Hoe zijn we daar gekomen?

Een achterwaartse oriëntatie is voelbaar, maar die moet geconcretiseerd worden, anders blijft de expressie te abstract of prozaïsch. Het element van een lift wordt ingebracht maar dat blijkt niet zo bruikbaar, het is niet voldoende herkenbaar en deelbaar. Het element van een toeschouwer die de ruimte beleeft: voorspelbaar, maar vooral niet zo heilzaam om het naar een ik-gevoel te trekken.

De aanvankelijk open, vormloze ruimte verandert van karakter en wordt een meer didactische ruimte. De ruimte als inspirerend belevingspotentieel (het thema) blijkt ons te kunnen “waarnemen” en zich aan te passen aan onze noden, aan waar wij staan en wat we kunnen bevatten. Wonderlijk!

Tjee, wat een ruimte
achterwaarts gevonden
wonderlijkheid

Verdere concretisering van de ruimte is gewenst, voor onszelf en voor de mogelijke lezers.
Hoe maakt deze zich kenbaar, hoe komt de verbinding tot stand? Hoe spreekt de ruimte tot ons?
“Wees gerust”, “hier ben je thuis”, “voel je volheid”. Welke vorm heeft dit spreken, welk concreet instrument wordt hier gebruikt?
Een bel die ons steeds herinnert: een waakzaamheidsbel. Hij klinkt voortdurend en overal, onontkoombaar: altijd aanwezig. Een innerlijke ontvankelijkheid, een verbinding met bedoeling.

Dat de bel er is hoeft niet per se gezegd te worden; alles is altijd aanwezig. Anderzijds, als hij er wel is, maar toch niet als aanwezig wordt ervaren, dan is dat een vervreemdend gegeven. Het lijkt een metafoor te kunnen zijn voor ons leven, alsof je twee opties hanteert: je bent er wel, maar je bent niet echt aanwezig.

Maar als we het hierbij laten (bij de bel), dan voelt dat dualistisch en onaf: eerst transcendentie, dan de bel – het risico is groot dat de lezer wegschiet. Dat is niet heilzaam. Dus we benoemen het: altijd aanwezig, wat meteen ook een mooi ritme en woordbeeld geeft.

Deze bel, deze voortdurende, welkome herinnering aan wat waardevol is, krijgen we geschonken. Maar dit voelt wat obligaat om te benoemen en houdt de ontvanger wat passief. Mooier is: geklonken. Dit maakt de belklank tijdloos: heeft altijd al geklonken, en roept de vraag op of de bel nu niet meer klinkt.

waakzaamheidsbel
altijd aanwezig
geklonken

We moeten de stap maken naar de concreetheid van het leren, van het dagelijks in functie en interactie opereren, van werken als bodhisattva in het vormenterrein. Dit kan door één woord gesymboliseerd worden dat door zijn concreetheid en alledaagsheid de ontvanger uit zijn vervoering stoot en duidelijk maakt dat dit niet het hele verhaal is. De voedende ruimte (leegte, met een boeddhistische vakterm) moet immers de kracht bezitten om alle vormen zinvol te kunnen hanteren.

“Beerput” voelt te ruw en teveel vastzettend. “Valkuil” heeft het risico dat het een soort uitleg wordt van de waarschuwing van de bel. “Weefsel” haalt het dichterbij, is licht en open, legt het er niet zo dik op, en verwijst tegelijk naar wereldse verwikkeling. Verbonden met het “geklonken” uit het vorige vers zit deze betekenis er nog extra in (van “vastgeklonken”).

We hebben stevig gezocht en onderzocht. Alle particuliere expressie komt daarbij natuurlijk ook aan het licht maar het wordt duidelijk dat dit merendeels door onszelf vervormde signalen zijn die door de vervorming al snel een zelf gecreëerde herkomst krijgen. De vervorming maakt het zinloos om er verder mee aan de slag te gaan, maar de herkenning van de vervorming en het kunnen loslaten van zo’n signaal blijkt uitermate zinvol en leerzaam!

Zo wordt de expressie uitgepuurd en verruimd van zeven individuele hoofden naar één menselijk kloppend hart.

Tjee, wat een ruimte
achterwaarts gevonden
wonderlijkheid

waakzaamheidsbel
altijd aanwezig
geklonken

weefsel.