Jou

1.

Als ik nu jij ga zeggen
wil ik jou zien

stem
in mijn adem

oog
voor mijn wereld

hand
van mijn lief.

2.

Hoe ken ik jou dan
dat jij deelt

steeds sterker stralend
zijnsbesef.

3.

Zo mooi
hoe jij mij

voert met
ruimte.

4.

Jou navoelen is niet
uit gemis of ten geschenke

maar om de vreemde
namen te leren lezen

die verwijlen onder
onze omgang.

Beeldentuin

DE BOODSCHAPPER

Gehavende kaak langszij
speeksel niet maar regen

uit vleesloze lippen
en afgedankte klauw

klinkt sterveling
ik hou van jou.

STRONK

Oprecht of rechtgeaard is roestige
opdracht voor weerbarstig hout

balancerend in woelige voortgang
wordt toeverlaat gezocht bij aarde

onder lichtgevoelig commentaar
adelt zich een alvormige voet.

TWEE HANDEN

Handen schenken lijf
van zich uitende geest
een hartgrondig tastend
herkenningspatroon.

HET RUIME OOG

Geen aanvang
natte draad bindt vlies
aan vlees en kas en

diepgang
in eeuwenlang verpozen
nauwgezet loutering ontwaard.

UITERLIJK

Gruwel van klater stopverf
in je neus het ene oog

stuurt praal omhoog
terwijl het ander scheelt

van opmaak alle uiting hier
versteedt zich aan besef

dat die verdomde aders
roerend zichtbaar blijven kloppen.

AANTREKKINGSKRACHT

Niet als spijs voor hongerigen
maar uit weids geheim

dit naakt
in edelsteen.

Om Niets

PROGRAMMA

Om niets
te doen

zul je alles
hebben gedaan.

STAAT

Om niets te hoeven dan
ingaan op dierbaarheid

volgen wij ons
grondigst hunkeren.

WERKWIJZE

Om niets
vruchtbaar.

INZET

Om niets aanvaardbaar
welkom te heten
in de hal met lage zetels

geven zij zich weer
als schaduwen
tegen ademende muur

hun zang bereidt
de vlucht van stofdeel
terugkeer naar onsterfelijkheid.

VORMGEVING

Om niets
vervuld

waar nodeloos
gehavend.

MOTIEF

Om niets bewogen
betrad hij de blauwe velden

vervormd door de geur
van lavendelkledij

tot de nacht verstomde
alle teken

en de wind zond
zijn geurloze draagbaar.

OBSERVATIE

Om niets hunkeren
brengt sterven nabij.

UITWERKING

Om niets de warmte
van een hand

het dansen der
impulsen

huppende mussen
rond brood

om niets geboren
levensgangers

genietend
van dit al.

Onderling

DANKBAAR

Al die tijd klinkt het terecht
is zijn hart nog niet ontloken

dus wacht zij uitdagend
hoe de vreemdeling

dank zegt om het prille licht
in zijn zojuist doorgronde engte.

GEVOERD

Zij treft mij met haar eenvoud
in mijn goudomrande gondel

ooit zal ik om haar
wanmoed delen in de drift

en handelbaar bezinken
als ontroerd medemens.

MAG MEN HAAR

Mag men haar bewonderen
mag men haar ogen wegen
haar handen dragen
haar huid en geur nabij zijn

zal men kijken naar haar
en haar goedschiks groeten
zal men namen zingen
wetend dat zij jij heet.

STRELEND

Al ben je mooi in elke
wending weer verrassend

en droom ik
van een teder spel

van oog tot oog wil
schoonheid gaan in liefde.

CONFRONTATIE

Sla me mijn wapens
onverhoeds terneer
jij breekt iets

hooggeachts in mij
het doorluchtig dromen
wankelt

nu jij ziet hoe
ik nergens hier
iets te zoeken had.

SONOBORE

Sonobore je bent
niet alle steenhars kwijt

er is het gruis nog
een laatste rest vergaansel.

Tussentijds

1.

Iets benaderen zonder
het te hoeven bereiken
mompelt de oude man met
de vensterbank in zijn rug

in de tuin bij de rozen
staat een bank zonder leuning
waar wij kinderen steeds
weer blijven komen.

2.

In elk vertrek een klok natuurlijk
op de schouw een glazen hengst

‘s zondags in het voorvertrek neven
met vlaai en borrel in flarden dorpsgesprek

hem werd zowaar een geweer beloofd
jaren bleef hij hoopvol komen.

3.

Het waren vlezige
mensen vroeger
in hun universum
van stro en bier
en dieselmotor
had elke dag
zijn geurige taak

opa die nooit sprak
verdeelde onderling
het werk en
geld en later
zijn bezittingen
toen alles wel
verdiend was

vals ontheemd
werd hij
om laatste rust
verwezen
naar de verlatenheid
waar wij stervelingen
allen komen.

Eindelijk

VOLVOEREN

Het zekere sterven
afgelopen tijd

van ondermijnde doelen
de eindelijke adem

laat zich meesterlijk volvoeren
in dit levend sterfgeval.

HERINNEREND

En hoe ik dagenlang
en hoe wij groeiden
en hoe het eten rook
en hoe de lente kwam

en wat ik wilde
en wie er meeging
en hoevele dromen
en waar de tijd blijft

of zij soms weg is
en of wij samen
en of de nacht valt
en of iets ooit duurt.

ARMOEDE

De diepste drang is
armoe

noem de dood je duurste
lichaam.

Gedwongen Onderhoud

AARDS

Oude woning
van kinds af aan vergroeid
tot dagend avontuur

om iedere hoek
een nieuwe geur voor
dit huidloze wezen.

RECHTSTREEKS

Steeds meer onder je hoede
naarmate het hart zijn banden ruimt

steeds minder behouden jouw
meetgrage oproep tot waarheid.

ILLUSOIR

Je denkt er moet een einde
zijn aan periodiek verleiden

je zou niet hoeven cirkelen
alvorens voeling zich vertoont

steeds ouwelijker gemaskerd dit
zich eeuwig verjongend droomsel.

TOETS

Juist toets het woord
aan zijn meest volle zelf
verwijs niet naar werkelijkheden

zeg gewoon dit
woord is breekijzer
droom van een werktuig.