Moderne poezie (door Wallace Stevens)

Het gedicht van de geest die bezig is te onderzoeken
Wat zal volstaan. Niet altijd heeft het iets moeten
Vinden: de locatie stond vast; er werd herhaald
Wat het scenario zei.
­­                                   Vervolgens transformeerde het theater
In iets anders. Zijn verleden was een souvenir.

Levend moet het zijn, wil het de taal van de plek leren,
De mannen van het moment moet het tegemoet treden en
De vrouwen van het moment ontmoeten. Het moet nadenken over oorlog
En onderzoeken wat zal volstaan. Het moet
Een nieuw podium bouwen. Op dat podium moet het staan
En als een gulzige acteur, in alle rust en
Bewustheid, woorden spreken die in het oor,
In het uiterst gevoelig oor van de geest, herhalen,
Zorgvuldig, dat wat het wil horen, een geluid
Waarnaar niet waarneembare toehoorders luisteren,
Niet naar het verhaal, maar naar zichzelf, uitgedrukt
In een beleving als van twee mensen, als van twee
Belevingen die één worden. De acteur is
Een wijze filosoof in het verborgene, bespelend
Een instrument, bespelend een veerkrachtige snaar die passerende geluiden
Plotse kloppendheden schenkt, volledig omvattend
De geest, waaronder het niet kan afdalen,
Waarboven het zich geen uitstijgen wenst.
­­                                                                        Het moet zijn
Een ontdekken van volheid, en kan zijn
Een man die rolschaatst, een vrouw die danst, een vrouw
Zich kammend. Het gedicht van de bezigheid die geest heet.

Stevens, Wallace: Collected poetry and prose.
New York 1997, p. 218

 

Keerpunt (door Baochi Jizang)

KEERPUNT

De vele veranderingen in het verleden,
ons zuchten tijdens het afscheid;
tien jaar lang wist geen enkel bericht
onze werelden opnieuw te binden

gouden schalen op een altaar van sandelhout
– is alles goed met jou?
een stenen hut, een meditatiekussen
– precies het juiste voor mij

het warme licht van de lentezon
moet de sneeuw op mijn slapen nog smelten;
pas als het droomspel verbroken wordt
ontvouwt zich in mij zijn heldere zin

vaak was jij daarin aanwezig
en bemoedigde mij op mijn droomtocht,
maar wanneer ik nu achter me kijk:
is daar iemand, op die Weidse Vlakten?

Tekst: Baochi Jizang (17e eeuwse vrouwelijke Zen-meester)
Bron: Grant, Beata: Eminent nuns; women Chan masters of seventeenth-century China. Honolulu 2008, p. 139)
Foto: Corrales chronicles

 

Glorie van vrijheid (gedicht van Ryokan)

GLORIE VAN VRIJHEID

Een leven lang te lui om te slagen
koers ik in alles op hemelse waarheid.
Drie pakken rijst telt mijn huidige voorraad
plus een bundeltje hout bij het haardvuur.
Geen drukte over wie verlicht is en wie niet,
wat zegt me de walm van roem en bezit?
Nachtelijke regen bedekt deze rieten hut,
ik strek mijn twee benen zoals het mij uitkomt.

Ryokan (Japan, 1758-1831)
Foster, Nelson & Shoemaker, Jack: The roaring stream;
a new Zen reader. Hopewell 1996, P. 350

 

Lucebert reciteert Schimmenspel

SCHIMMENSPEL

nu begint dat andere taaie ongerief
dat van de ouderdom van ik had je zo lief
moeder wereld knekelhuis en zonder baten
blaat je alleen nog verminkte citaten
waarmee je de legende van jezelf kruidt en bederft
en het wordt later en later

en dan de conversatie zeg maar geklets
elke aanspraak valt als een pot erwten in je oor
in je wanhoop zet je daar dan een dikke deur voor
en achter grendels achter het al vagere gekeuvel
draag je hijgend zand aan voor een hoge heuvel
die je dan met wankele tred beklimt tot de top
daar aangekomen stijg je langzaam op
in mist en stilte verdwijnt je oude kop

 

Lucebert: Verzamelde gedichten Amsterdam 2002, p. 707

Recentelijk is er een biografie van Lucebert verschenen van Wim Hazeu, een mooi boek van bijna 1000 pagina’s, rijk geïllustreerd en uiteraard, gezien Hazeu’s ervaring, literair smulspul.

Herfstavond (gedicht van Pao Jung)

HERFSTAVOND

Nu het hele universum
zich kleurt met regen
ziet men nauwelijks meer zijn vorm

vanaf de overzijde van de rivier
klinkt ver weg
de dreun van soetra-gezang

op de Tsuke-berg
gaan in dit nachtelijk duister
talloze monniken in meditatie

maar wie bezemt
bij de stenen toren hier
de herfstwolken?

GEDICHT VAN Pao Jung (9e eeuw),
BRON: O’CONNOR, MIKE AND JOHNSON, R. STEVE: WHERE THE WORLD DOES NOT FOLLOW;
BUDDHIST CHINA IN PICTURE AND POEM. SOMERVILLE 2002, P. 91

 

Glorieuze boeddha (gedicht van Rilke)


Afb.: Pinterest

 

GLORIEUZE BOEDDHA

Midden van elk midden, kern aller kernen
steeds krachtiger zoetheidsamandel
tot aan de sterrengrens is dit alles
jouw vruchtvlees dat ik groet

kostelijk hoe niets meer kleeft
in jouw oneindigheid hoe
de bron stroomt en jou vult
en laat schitteren buiten

het licht van alle zonnen
die in gulste gloed jou sieren
terwijl van binnen reeds verstilt
wat glans en grauw overstijgt.

 

BUDDHA IN  DER GLORIE

Mitte aller Mitten, Kern der Kerne,
Mandel, die sich einschließt und versüßt, –
dieses Alles bis an alle Sterne
ist dein Fruchtfleisch: Sei gegrüßt.

Sieh, du fühlst, wie nichts mehr an dir hängt;
im Unendlichen ist deine Schale,
und dort steht der starke Saft und drängt.
Und von außen hilft ihm ein Gestrahle,

denn ganz oben werden deine Sonnen
voll und glühend umgedreht.
Doch in dir ist schon begonnen,
was die Sonnen übersteht.

 

Rainer Maria Rilke, Sommer 1908 (vor dem 15.7.), Paris.
Rainer Maria Rilke: Ausgewählte Gedichte. Frankfurt am Main, 1966, p. 60
Die Gedichte. Frankfurt am Main, 1996, p. 539.

 

Goed seizoen

goed-seizoen

GOED SEIZOEN

Honderden bloemen in de lente
de maan in de herfst
een koele bries in de zomer
en sneeuw in de winter

als er geen loze wolken
drijven in je geest
is dit voor jou een goed seizoen.

 

Zen-meester Wumen (1183-1260)
Bron: Zenkei Shibayama: The gateless barrier.
Boston 2000, p. 140