Een vergissing (Osip Mandelstam)

Uw gezicht pijnlijk ongrijpbaar
wist ik beneveld niet te raken;
dwaas hoorde ik “Heer”
omdat mijn mond niet zweeg

een vogel soeverein gevleugeld
verliet Gods naam mijn hart;
voor mijn ogen wervelt de nevel,
achter me een kooi, leeg.

Bron:
Mandelstam, Ossip: Gedichte – Paul Celan (Übersetzer). Frankfurt 2017 (oorspr. 1959), p. 21
Mandelstam, Osip: Complete Poetry of Osip Emilevich Mandelstam; translated by B. Raffel and Alla Burago. Albany 1973, p. 46
ILLustratie: Albrecht Dürer

Gebed (Osip Mandelstam)

GEBED

Help me, Heer, vannacht mijn leven te bewaren.
Behoed me, Heer, uw dienaar toch, uw slaaf.
Hoor, Heer, mijn geadem in deze menigte, mijn graf.

Bron:
Wiman, Christian: Stolen Air;
Selected Poems of Osip Mandelstam.
New York 2012, p. 28

Een variant:

Schenk me de kracht, Heer, deze nacht te doorstaan,
want ik, uw slaaf, vrees voor mijn leven:
ik beweeg door deze stad alsof ik slaap in een zerk.

Bronnen:
Mandelstam, Osip: Complete Poetry of Osip Emilevich Mandelstam; translated by B. Raffel and Alla Burago. Albany 1973, p. 188
en Brown, Clarence: Mandelstam. New York 1973, p. 126

Zuiver geweten (door Ryokan)

ZUIVER GEWETEN

Subtiele onderscheidingen tussen goed en kwaad onderzoek ik niet,
ik streef er niet naar de wereldse stof van roem en rijkdom te vergaren;
deze vochtige avond, onder het veilige dak van mijn rieten woning,
laat ik mijn benen zich strekken met een volkomen zuiver geweten.

Bron: Nobuyuki Yuasa: The Zen poems of Ryokan.
Princeton 1981, p. 59
Foto: REPLICA VAN rYOKAN’S HUT (olympiazencenter.org)

 

Moderne poezie (door Wallace Stevens)

Het gedicht van de geest die bezig is te onderzoeken
Wat zal volstaan. Niet altijd heeft het iets moeten
Vinden: de locatie stond vast; er werd herhaald
Wat het scenario zei.
­­                                   Vervolgens transformeerde het theater
In iets anders. Zijn verleden was een souvenir.

Levend moet het zijn, wil het de taal van de plek leren,
De mannen van het moment moet het tegemoet treden en
De vrouwen van het moment ontmoeten. Het moet nadenken over oorlog
En onderzoeken wat zal volstaan. Het moet
Een nieuw podium bouwen. Op dat podium moet het staan
En als een gulzige acteur, in alle rust en
Bewustheid, woorden spreken die in het oor,
In het uiterst gevoelig oor van de geest, herhalen,
Zorgvuldig, dat wat het wil horen, een geluid
Waarnaar niet waarneembare toehoorders luisteren,
Niet naar het verhaal, maar naar zichzelf, uitgedrukt
In een beleving als van twee mensen, als van twee
Belevingen die één worden. De acteur is
Een wijze filosoof in het verborgene, bespelend
Een instrument, bespelend een veerkrachtige snaar die passerende geluiden
Plotse kloppendheden schenkt, volledig omvattend
De geest, waaronder het niet kan afdalen,
Waarboven het zich geen uitstijgen wenst.
­­                                                                        Het moet zijn
Een ontdekken van volheid, en kan zijn
Een man die rolschaatst, een vrouw die danst, een vrouw
Zich kammend. Het gedicht van de bezigheid die geest heet.

Stevens, Wallace: Collected poetry and prose.
New York 1997, p. 218

 

Keerpunt (door Baochi Jizang)

KEERPUNT

De vele veranderingen in het verleden,
ons zuchten tijdens het afscheid;
tien jaar lang wist geen enkel bericht
onze werelden opnieuw te binden

gouden schalen op een altaar van sandelhout
– is alles goed met jou?
een stenen hut, een meditatiekussen
– precies het juiste voor mij

het warme licht van de lentezon
moet de sneeuw op mijn slapen nog smelten;
pas als het droomspel verbroken wordt
ontvouwt zich in mij zijn heldere zin

vaak was jij daarin aanwezig
en bemoedigde mij op mijn droomtocht,
maar wanneer ik nu achter me kijk:
is daar iemand, op die Weidse Vlakten?

Tekst: Baochi Jizang (17e eeuwse vrouwelijke Zen-meester)
Bron: Grant, Beata: Eminent nuns; women Chan masters of seventeenth-century China. Honolulu 2008, p. 139)
Foto: Corrales chronicles

 

Glorie van vrijheid (gedicht van Ryokan)

GLORIE VAN VRIJHEID

Een leven lang te lui om te slagen
koers ik in alles op hemelse waarheid.
Drie pakken rijst telt mijn huidige voorraad
plus een bundeltje hout bij het haardvuur.

Geen drukte over wie verlicht is en wie niet,
wat zegt me de walm van roem en bezit?
Nachtelijke regen bedekt deze rieten hut,
mijn twee benen strek ik zoals het me uitkomt.

Ryokan (Japan, 1758-1831)
Foster, Nelson & Shoemaker, Jack: The roaring stream;
a new Zen reader. Hopewell 1996, P. 350