Deductie

Treur iets minder manneke
over waar je bent geweest en
waarom het maar niet lukte
toen

en vrouwke wees gerust
ouderdom zal echt speciaal
jouw deur niet voorbijgaan
ooit

stilaan uitbewogen
komen wij geboorteloos thuis
als onteigend kroost
nu.

Uit de reeks: Dharmium/Vlokbereid

Vlokbereid

DEDUCTIE

Treur iets minder manneke
over waar je bent geweest en
waarom het maar niet lukte
toen

en vrouwke wees gerust
ouderdom zal echt speciaal
jouw deur niet voorbijgaan
ooit

stilaan uitbewogen
komen wij geboorteloos thuis
als onteigend kroost
nu.

HUISVESTING

Het levenswonder
kent geen uitverkorenen
ingezetenen slechts

op oceanische bodem
stroomt hun adem uit
het oog van bedoeling

vonk en vlok
laten dit smeltpunt
wervelen tot vredige gloed

zo ruim en snel
dat niets nog taalt naar
laatste zucht bevrijding

eenmaal nietig
gehoorzaamt dit kadaver
hartsgerichte sturing en

hoopverdelgende opdracht
die ons laat resoneren
vezelverzorgd.

DRAKENOOG

Ik keek in het oog van de draak
en zag liefde – het oog
keek in mij en zag waan

ik vroeg om bescherming en
kracht van bevrijding,
het sloot zich en schonk me zijn traan

daarmee opende ik het hart van
de wereld en wist niets
dan goedheid dit frêle bestaan.

Smeltspel

ALLES IS ONDERZOEK

Bewijzen zijn speelgoed
voor speculanten slechts of
complexer gebroed

of wil je liever explosiever
de dagelijkse tatoeages
nog van ongrijpbaarheid

zien schuren in wie
hartverscheurend verafgoodt
aldoor verlokt

zijn of haar vergeefs
levenslang verzekerd
gemis

juist onzekerheid wekt de wens
naar wat ons innerlijk
doorwasemt en

in golvende ademing
vleesvracht na vleesvracht
levert op elk gedroomd adres

juist fragiele profielen
imploderen het vorstelijkst
zij leren ons

vol waardering
te herordenen al die aardse wezens
in hun enkelvoudig hart.

KOMEN EN GAAN

Betraand arriveerde de gast
met kleurrijke ballast
en een stokoude kwaal
onder vitaalste expressie

voldoende gesterkt voor vervolg
op de stoffige paden
werd hem in droomtaal voorspeld
eeuwige jeugd van de kiemcel

ten afscheid tilt hij slaapdronken
zijn steeds vochtige plunje
die zo lang al hem fluistert
de vreugde van doodloos verdorren.

WEEFSELWONING

In de grote weefselwoning
wenkt oceanisch voedsel en
werpt open de schatkamergloed
alle deuren en vensters

laat je genezen kreupele
laat je reinigen verkrampte
laat je vieren sterveling
in rauwe volheid van kracht.

CONTRAST

Als alle sommen kloppen
waarom dan bezweert ons de oude taal
dat werkelijkheid verbijstert

zeg eens, welk rekenmodel
verklaart de herkomst
van mijn fratsen?

WARE WERELD

Elk land heeft zijn dwazen
en dichters
elk mens zijn aap
en zijn os

net als jij heb ook ik
gevochten
om stevig te leren inzien dat
weinig vaststaat

het is zo eenvoudig bedrog
te doorzien
aan de buitenkant van wat
ons beweegt

en innerlijk verdwaasd dan
te meesmuilen
hoe waarheid weer eens
is illusie

dieper ontmoetend de wachters
van angst rond
de vleesvracht die ons steeds
automatisch verorbert

keer ik instant weg
van het heilloze dwalen
en peddel naar de open oever
van ontvankelijkheid.

BELKLANK

Koortsijl
of krachttaal
waarom lijden
we allemaal

negeer je of
bezweer je het
of leer je
het bewust verteren

dit voedsel voor
waar heilig mens
jij blindelings
al op koerst.

HOEST

voor Hans Faverey

Goddelijk meanderen
verlokt mij
sparteltaal te absorberen
van een bloed zoekend

zich onvervuld
mededier dat almaar
moeizamer leer
nippen aan de breinwijn

waarmee het woord
voor woord toch veelbelovend
benevelt althans
de loze waanwand.

BROM

De levenszon leert
ons zacht te stralen
zachter steeds
minder onachtzaam
steeds dieper doordrongen

terwijl feitelijkheden
elk opnieuw tonen
de voor- en achterzijde
van hun kleefkunst
neigend dreigend bedrieglijk

schilferen betrouwbare vlokken
uit de vergane huid van
mijn oude leraar
zodat biologisch achterhaald
mij alsnog zijn geur bereikt

vreemd hoe de dagen
vluchtig verbeeld
vervagen zich sluiten
de ogen en wissen
voltallig belang

afscheid is toescheid
wist jij verrassend mij
het lied van vervulling
te zingen dat in ademdans
wij oceanisch delen

zachtjes in en om
en door mij bromt
jouw vreugdeskracht
verwarmend het immense
hart dat wij zijn.

WIEROOK

Beloften van wierook
innerlijk geborgd
door houtskoolgeur.

Wiswerk

In een wereld die met blindheid is geslagen
zal ik de trommel van doodloosheid roeren.
(Boeddha)

OUD NIEUWS

In lichte oudheid ontmoette ik
mijn grootste held – hij zei
ik zal huilen van vreugde
zodra jij mijn huid doorboort
en ons niet langer propageert
als bijzondere levenssoort

sindsdien laat mijn hart
van toewijding en verlangen
me herinneren aan die normaliteit
door alle leven te zien ademen
in oogopslag na oogopslag
bewogen waarheidswerking

zo treed ook jij mij binnen
en groeten wij elkaar volwaardig
voordat het rooster wordt verkondigd
waarmee het reinigen begint
als kaalslag rond de volheid
van ons nooit geboren bestaan

nu mettertijd blijkt dat niemand
rechtspreekt over motief of methode
zolang de stroom diep gloeiend
ieder sterfelijk weefsel smelt
buig ik des te respectvoller
voor wat ik ooit te horen kreeg.

HET REINE

Dit lichaam is een beeld, Plato
zei het toch – alle licht
slaat schaduwen
op leem

grenscorrecties
laten ons zwabberhoofd
dromen over het kiemen
van een glimlach

veel monsterlijker weefsel
uit de misverstane gloed
van ons moeizaam beminnen
is boeddha’s vertrouwd

daarom ga ik dieper en
eerder naar waar echoloos
ieders adem pulseert
liefste – zo lang al

wil vurig
uit koestering ontwaakt
doorheen alle dracht ons hart
behoed en bemoedigd

vieren
hoe Plato’s nooit te verbeelden leraar
ons volkomen in het reine offert
zijn stoere bevrijdingsbeker.

INGEDAALD

Vijf minuten houvast
om verontrust te herademen
in dit kosmisch machtsvertoon

acute zinnenwerking
niet traceerbaar is krachtiger
dan de meest solide contracten

broze boeketten herinnering
en lauwe beloften – nee, sprenkel
serum van betekenisvoller gif

moge precair verval ons
allen uiterst secuur kokhalzen
naar ultieme bevrijding

van diepst ontwaakt fijnst geboren
nergens bewegend weefsel
uit intens vitaal oerverband

laat ik steeds krachtiger zuiverder
kijken naar de dolende mens
zo duister en vreemd miskennend

de tekens van werkelijk lijden
in ieders amechtig veruiterlijkte huid
dit desondanks nog lichtjes dromend

zielsverrukt vlokje
dat alle wezens ondoorgrondelijk lief
vergunt hun ongeboren aard.

REGENDRUPPEL

Uit oudste dampkringconstellatie
geperst tot willekeurige wolk
oefent deze regendruppel

met alle medegedoemden
zich bundelend bij stormkracht
in zonnelicht herademend

tegen steeds anonieme vensters
te pletter slaand en haast
onmerkbaar al vergaan tot aardkorst

toch via oceaanzang stijgend weer
thermisch duizelingwekkend
zich in het ongeborene.

HERBERG

Neem plaats in kleurrijk dienstverband
en koester niet langer klein contrast,
schenk juist dit hoogst ongrijpbaar bestaan
aan wat jij ten diepste verlangt

de ochtendpoort moge jou openen
een grenzeloos terrein, stralend
van vredig verbonden beleven
hoe elementaire goedheid heerst

welkom in herberg de Juwelenhaard
waar men wijsheid serveert en gemoedsrust:
hartige gerechten naar keuze
voor elke denkbaar grimmige tocht

het traject intussen dat achter je ligt
zal nauwelijks nog herkenbaar zijn,
we hebben onszelf als weefselwezens
nu eenmaal gebrekkig afgesteld

zelden maken vlokjes vlees
duurzaam connectie met innerlijkheid,
dus hoe betrouwbaar is hun zicht
op het nut van het vele profane

wakend berooft ons het vormenspel
van nuchtere greep op dwarrelende zinnen,
terwijl ‘s nachts venster na venster
zich opent en zie: je verdwijnt

hoe koerst men dan tussen licht en donker
naar de vanouds aanwezige oever
waar ook mijn leraar verzadigd
door oceanische adem thuiskwam

loslaten leert me de kracht waarderen
die aldoor pulseert en nergens op leunt;
toelaten schenkt ons de levende context
die nergens nog lekt of aanvult

voorheen weigerde ik vrienden zelfs
in mijn particuliere koestermoeras,
maar sinds ik graf en geboorte verliet
neemt Mara er steevast een kijkje

dan groeten we elkaar en glimlachen,
wetend van Boeddha’s sublieme gebaar;
soms geeft hij advies of hoor ik suggestie
en dan dank ik zo’n godheid van harte

want wie heeft méér baat bij ontwaken
dan dit ongeschoold haperschaap:
wie is er niet die mij intiemer nog leert
de synchrone taal van bedoeling

kom dus, neem plaats in je zetel,
dit is het verhaal van de grote kwestie
en van een reis die stilaan ons tovert
tot dansende berg van beleving.

Pelgrimage

1 – WERELD

PREDIKING

Er golft een adem
vertrouwd zingend doorheen
vreemde zielenood

naamloos schenkend jou
omtrent het bestaan der dingen
vergaan van waan

in naadloos houvast
dienen heldere woorden heilig
ons aarzelaars te borgen

dienen strikt ons dolenden
tuimelend in de vervuilde huid
van atomaire goedheid

te hoeden voor bedrog en te duiden
lavakracht massief
in onze vele broze ledematen.

BEDELEN

Geen eigenaar of locatie
erkennend berg ik werelden
in mijn wet

gelovig schoeisel brengt
rijkste giften steeds
lichter vult zich deze nap

onthechtingsadel
zingt in ons als antwoord
op de vrijheidswens

wij zwervers kozen barse liefde
te oefenen als heling voor
nomadisch weefsel

verzadiging wordt voelbaar
voor wie zo wandelend
leeft in leegte.

MEDITATIE

Draai de mantra’s, poets
de boeddha’s, stook het dampsel
van fijnste goudgeur

de buigingen zullen grondig
zuiveren en in bevrijdingspret
ons soepel binden

met de saaiheid van beelddwang
de potsierlijke maar kwelzieke
paringsdans van dagelijkse

godenduivelwaangestalten
met hun doorgestoken eigenheid
en hoogst speciale gekte

zijn allen wel vertrouwd hier
die uitgerust hun toevlucht nemen
tot kiemende goedheidsmoed.

2 – ONDERZOEK

LIJDEN

Het karnen van de oefengeest
laat oceanen wervelen maar welk
mens kan voorgoed zo wiegen

vluchtig wordt men hier verteerd
in dit waanpaleis waar zelden
zich een juweel verwaardigt

zo hevig lokt weefsel en stampt
en hunkert frêle adem dat dagelijks
wij stijgend dalend sterven

het karnen van de oefengeest
verdunt behoeftig bloed
tot verhelderende volheidsdamp

slaat blinde aanspraak stom
op sprankelende visioenen van
levend bedoeld zijn.

ZUIVERING

Veeg het vuil van vele eeuwen
minuscuul verdeeld over
miljarden hongerwezens terug

naar de bodem van mijn hart
in het oog ervan laait de haard
waar amoebes zich warmen

gloeiende moeitesintels
vinden slim troostend toegang
tot kruin en onderbuik

vrijpostig opent de natte huid
van inspanning haar poriën voor
schroeiende overgave

nergens eindigt de gewisheid
dat louter kracht is deze
vreemde vleesvracht.

GELOFTE

Wat is ons reële aandeel
in dit oorzaakloos orgastisch
smeltspel

levert alle inbreng niet veel
te trots bewijs van
veel te overbodig zijn – nee

lang genoeg hield jij je schuil
in de laffe loges van
lichaamsvreemde afheid

dharmadruppel-ordelid,
plooi je dorstige lippen rond
het oceanisch ambacht

dan zal de goede vorst
je prille pogen
opgelucht bekrachtigen.

3 – OEFENEN

VRIJGEVIGHEID

Stop met domweg schenken
van saaie waarheidsliefde
in roestig gelijk

ruil de dooie norsheid
voor gemak dat jou ontgrenst
in werkelijk voorzien zijn

van apparatuur die
geboortepijn traceert voorbij
willekeurig welke vuist of traan

zo zal het gaan
jouw bevrijden van
de weerzin je te wijden

aan zo iets eenvoudigs
als aandacht, mededogend
verlost zijn van houvast.

DISCIPLINE

Misdrijf overwint men niet
uit gewoonte of verveling ga je
enkel dood maar

die oprecht zijn best doet
zal goedheid
nergens lastigvallen

jij zult ruimte hebben
met lampions niet langer
schamel te hoeven leuren

in dit komen en gaan
is duizeling aanvaarden
de beste blijk van helderheid

laat vermogen stromen
beleving die uit niets beweegt
schokvrij te dienen.

AANVAARDING

Dieper, breder, directer
de bedding benutten
die vorm met leegte mengt

meesterlijk worden
in harmonisch aangestuurde
detonatie van droombastions

door confrontatie
oordeel en terechtstelling
krachtig te benutten

door de bom van status
en succesverhaal vakkundig
te demonteren

andermans waan, woede en wens
uiterst vriendelijk te
ontvreemden.

4 – HULP

LERAAR

Er is er steeds maar één
die de poort opnieuw opent
na alle pijnlijke taxaties

leidt hij je schimmig
door het duister van vale
gangen, kille nissen

dan sombert zich je geest
met alle onbegrip stuk
op zijn onterechte vrolijkheid

totdat hij eenvoudig zegt ja
ga door de poort naar waar
geen poort verschijnt

het behoedt jou voor de waan
te moeten sleutelen ooit
nog aan dit vredig lichaam.

GEZELSCHAP

Het kostbare kan bloeien slechts
in ruimhartigste waardering
verborgen blijft het anders

ons verzorgen stugge struikelaars
hoofdschuddend je behoeden
voor veel ernstiger gevaar

wie uit wettelijke noodzaak en
wilskracht zich nuchter opmaakt
voor ontbinding

ontmoet instant de tekens van
veelzeggender bestaan
de lichte, steile, warme context

van wie thuis is
in waar jij zo krom juist
steeds vandaan wou gaan.

WAARHEID

Enkelvoudig werkt het vele
waar vorm eist volop samenhang
en nergens nog een geest

die ik zegt
enkel wij dus zelfs
geen zich ontkennend ik

welk doel kan ons hier sterken
ruggelings leunend
in de rauwe liefdeszee leer je

sproeien het diepe ademnat
door alle razende vertakkingen van
aders en organen rijpend zo

de planetaire voorraadschuur
van altijd overvloedig
mens zijn.

5 – MIDDELEN

LICHAAM

Gestolde geest slaat steeds
op slot zelfs al waait
van oorsprong hier de bries

en siddert heilige werking
door de tijdgebonden knopen
in dit magisch weefsel

vermoeid door geur en smaak
rakelings betoverd tastend
naar vuriger verband

waant hoe eenzaam zich
dit object hoe kwetsbaar voor
de van buiten weids

van binnen nauw vermoede
machtig stampende
bedoeling.

ADEM

Wind of vuur of oceaan
verdampen in het kosmisch raadsel
dat ons deze glijvlucht schenkt

beademt ons een vleugellied of
bezingt ons vogels levenskracht,
dat wij zo prachtig pelgrimeren

raak onderweg niet uitgeput
noch ziek of weer eens stervende
en blijf kien op kapriolen

wiekslag schenkt jou koelte
zodra aan ingebouwde bron ontstijgt
de heilige neuriekreet

van soevereine innerlijkheid
die elke teug bewust benuttend
jou stuurt door engste wending.

GEEST

Zo subiet liet mij de fotografe
glimlachen dat ik vergat hoe
indrukwekkend strak te zijn

ernstiger vergat ik haar
te danken voor deze lichte
les in normaliteit

eenmaal thuis vraag je je af
of dit niet is hoe alles
vanzelf zorgt voor evenwicht

de rust in deze overweging
voelde verlevendigend genoeg om
geen maatregel te hoeven plannen

achter mij in de oude houten kast
oefenen braaf de soetra’s zich in
denkbaar stevig ronken.

6 – AANKOMST

INZET

Oogverblindende perspectieven
zijn hier even welkom
als spierpijn of een kopje koffie

niets hindert de beoefenaar
hardnekkiger dan voorkeur niets
eigenlijkers is nodig dan

onzin achterwege laten
van geeuwzekere heiligheid
of lenig problematiekgepruts

zie direct wat bedoeld wordt
werkelijk in jouw ene hart
zodra je wordt geraakt

doe je roerloos je best
te ontdekken hoe snel zich
nergens iets beweegt.

CONCENTRATIE

Zo ver gezocht blijkt
veel nabijer
wat ons blijvend boeit

zo intiem
dat al het overige
zich ondenkbaar toont

zo doorgrondelijk
dat niets aanvullends
nog voorvalt

zo vitaal dat
zelfs dit loze niets
zich stilaan roert

tot klonter vlees
die barstensvol zegen
domweg liefde boert.

WIJSHEID

Het mysterie moet geconsumeerd
om volmaakt geëtaleerd
alle wezens te doorademen

ik ken de harde werkbank
zwetend tijdens lunchpauzes
en weet dus wat de baas bedoelt

als zij openlijk mij declasseert
tot ontaarde sterveling die
nergens meer rendeert

betreed ik een moderner leerplek
voor nutteloze onderkruipsels
met aanleg tot verdwazing

happig op hoe het leven
inspeelt op wat aan onmin en illusie
ons zo hysterisch bevalt.

7 – BELEVING

MUZIEK

Elke vezel trilt onophoudelijk
badend in de gloed
van ongerepte noodzaak

nergens iets omslachtigs
ruim beoogds of fel ontmoedigds
sprankelen de klankjuwelen

zelfs het ontmanteld strijdlied
zwalkt harmonisch
door alle dwaze dronkenschap

vervoering kan gevaarlijk zijn
voor stervelingen met hun doffe
huid van aarzelglas

repeteer daarom ooit gestild
door dieper leed des te alerter
het goddelijk lied van overgave.

DANS

De wereld is verstrikt zijn
in een geestelijke veldslag krijger
eender welke opdracht

glanst niet ook in jouw pupillen
het opzichtig zwaard
van wijsheidsverband en

hoe stuwt in volle camouflage
niet jouw strakke puls
van onbaatzuchtigheid

laat dus de oude drakendans
zwieriger nog rond het wensjuweel
jou doen zegevieren

over resterend gebrek en jou
je doen wijden aan herstel van ieders
hartgrondig vertrapte bloei.

POEZIE

Sluit de logboeken maar
en doof bij vorstelijke aankomst
je laatste schamele licht

knielend op het harde steen
in duisterste schikking wordt ons
geopenbaard de woeste regel

van gewijde ademblijk
die laag-bij-de-gronds bevrijdend
getuigt van liefdevolle orde

teug op teug
verslindt jouw schuchter lijf
het jongste teken van verbijstering

woord voor woord gutst voortaan
door die vele trouwe vezels
vreedzaam toverspul.