Glorie van vrijheid (gedicht van Ryokan)

GLORIE VAN VRIJHEID

Een leven lang te lui om te slagen
koers ik in alles op hemelse waarheid.
Drie pakken rijst telt mijn huidige voorraad
plus een bundeltje hout bij het haardvuur.
Geen drukte over wie verlicht is en wie niet,
wat zegt me de walm van roem en bezit?
Nachtelijke regen bedekt deze rieten hut,
ik strek mijn twee benen zoals het mij uitkomt.

Ryokan (Japan, 1758-1831)
Foster, Nelson & Shoemaker, Jack: The roaring stream;
a new Zen reader. Hopewell 1996, P. 350

 

Lucebert reciteert Schimmenspel

SCHIMMENSPEL

nu begint dat andere taaie ongerief
dat van de ouderdom van ik had je zo lief
moeder wereld knekelhuis en zonder baten
blaat je alleen nog verminkte citaten
waarmee je de legende van jezelf kruidt en bederft
en het wordt later en later

en dan de conversatie zeg maar geklets
elke aanspraak valt als een pot erwten in je oor
in je wanhoop zet je daar dan een dikke deur voor
en achter grendels achter het al vagere gekeuvel
draag je hijgend zand aan voor een hoge heuvel
die je dan met wankele tred beklimt tot de top
daar aangekomen stijg je langzaam op
in mist en stilte verdwijnt je oude kop

 

Lucebert: Verzamelde gedichten Amsterdam 2002, p. 707

Recentelijk is er een biografie van Lucebert verschenen van Wim Hazeu, een mooi boek van bijna 1000 pagina’s, rijk geïllustreerd en uiteraard, gezien Hazeu’s ervaring, literair smulspul.

Herfstavond (gedicht van Pao Jung)

HERFSTAVOND

Nu het hele universum
zich kleurt met regen
ziet men nauwelijks meer zijn vorm

vanaf de overzijde van de rivier
klinkt ver weg
de dreun van soetra-gezang

op de Tsuke-berg
gaan in dit nachtelijk duister
talloze monniken in meditatie

maar wie bezemt
bij de stenen toren hier
de herfstwolken?

GEDICHT VAN Pao Jung (9e eeuw),
BRON: O’CONNOR, MIKE AND JOHNSON, R. STEVE: WHERE THE WORLD DOES NOT FOLLOW;
BUDDHIST CHINA IN PICTURE AND POEM. SOMERVILLE 2002, P. 91

 

Glorieuze boeddha (gedicht van Rilke)


Afb.: Pinterest

 

GLORIEUZE BOEDDHA

Midden van elk midden, kern aller kernen
steeds krachtiger zoetheidsamandel
tot aan de sterrengrens is dit alles
jouw vruchtvlees dat ik groet

kostelijk hoe niets meer kleeft
in jouw oneindigheid hoe
de bron stroomt en jou vult
en laat schitteren buiten

het licht van alle zonnen
die in gulste gloed jou sieren
terwijl van binnen reeds verstilt
wat glans en grauw overstijgt.

 

BUDDHA IN  DER GLORIE

Mitte aller Mitten, Kern der Kerne,
Mandel, die sich einschließt und versüßt, –
dieses Alles bis an alle Sterne
ist dein Fruchtfleisch: Sei gegrüßt.

Sieh, du fühlst, wie nichts mehr an dir hängt;
im Unendlichen ist deine Schale,
und dort steht der starke Saft und drängt.
Und von außen hilft ihm ein Gestrahle,

denn ganz oben werden deine Sonnen
voll und glühend umgedreht.
Doch in dir ist schon begonnen,
was die Sonnen übersteht.

 

Rainer Maria Rilke, Sommer 1908 (vor dem 15.7.), Paris.
Rainer Maria Rilke: Ausgewählte Gedichte. Frankfurt am Main, 1966, p. 60
Die Gedichte. Frankfurt am Main, 1996, p. 539.

 

Goed seizoen

goed-seizoen

GOED SEIZOEN

Honderden bloemen in de lente
de maan in de herfst
een koele bries in de zomer
en sneeuw in de winter

als er geen loze wolken
drijven in je geest
is dit voor jou een goed seizoen.

 

Zen-meester Wumen (1183-1260)
Bron: Zenkei Shibayama: The gateless barrier.
Boston 2000, p. 140

 

Zeg “Een” (gedicht van Rumi)

Jij zit hier dagenlang
en zegt:
“Dit is een vreemde kwestie.”
Jijzélf bent de vreemde kwestie.
Je draagt de energie van de zon in je,
maar je blijft hem oppotten
op je bekkenbodem.

Je bent een raar soort goud
dat in de oven gesmolten wil blijven
om maar geen munt te hoeven zijn.

Zeg EEN in je eenzame woning.
Al het overige liefhebben is je nestelen
in een leugen.

Je bent van zoveel wijnsoorten zat geweest.
Proef dit.
Het zal je niet doen steigeren.
Het is vuur.
Geef maar op,
als je nu nog niet begrijpt dat
jouw leven brandhout is.

Deze woorden gaan zwellen.
Beter dan een gesprek
is innerlijke groei.

 

Bron: prachtig vormgegeven uitgave van Green en Barks:
The illuminated Rumi

> HIER meer vertalingen van Rumi’s poëzie

 

Wallace Stevens

Gisteren wat geneusd in Wallace Stevens: Collected Poetry and Prose (Washington 1997) uit de mooie maar vet gesponsorde serie The Library of America.
In de “Chronology” valt te lezen (p. 967) hoe hij zich afzette tegen het voorlezen van gedichten via publieke optredens; hij weigert uitnodigingen daartoe: “I am not a troubadour.”

Deed me overwegen hoe dit contrasteert met de actuele poëzie-cultuur: de vermaaksfactor wint het van inhoudelijke waardering; de persoon is wat in eerste instantie trekt, niet zozeer de tekst.

Hier William Carlos Williams pleidooi voor de waarde van het woord:

Mijn hart wakkert
bij de gedachte jou nieuws te brengen
omtrent iets
dat jou aangaat
en dat vele mensen aangaat. Kijk
wat men voor nieuw verslijt.
Daar zul je het niet vinden, maar in
gedichten die men minacht.
Het is moeilijk
nieuws te halen uit gedichten
maar dagelijks sterven mensen in ellende
uit gemis
aan wat zij bieden.