Herberg

HERBERG

Neem plaats in kleurrijk dienstverband
en koester niet langer klein contrast,
schenk juist dit ongrijpbaar bestaan
aan wat jij ten diepste verlangt

moge de ochtendpoort jou openen
een grenzeloos terrein, stralend
van vredig verbonden beleven
hoe elementaire goedheid heerst

welkom in herberg de Juwelenhaard
waar men wijsheid serveert en gemoedsrust:
hartige gerechten naar keuze
voor elke denkbaar grimmige tocht

het traject dat intussen achter je ligt
zal niet exact traceerbaar meer zijn,
we hebben onszelf als weefselwezens
nu eenmaal gebrekkig afgesteld

zelden maken vlokjes vlees
duurzaam connectie met innerlijkheid,
dus hoe betrouwbaar is hun zicht
op het nut van het vele profane

wakend berooft ons het vormenspel
van nuchtere greep op dwarrelende zinnen,
terwijl ‘s nachts venster na venster
zich opent en zie: je verdwijnt

hoe koerst men dan tussen licht en donker
naar de vanouds aanwezige oever
waar ook mijn leraar voorgoed thuiskwam
door oceanische adem verzadigd

loslaten leerde me de kracht te waarderen
die aldoor pulseert en nergens op leunt;
toelaten schenkt ons de levende context
die nergens nog lekt of aanvult

vroeger weigerde ik vrienden zelfs
in mijn particuliere alaya-moeras,
maar sinds ik graf en geboorte verliet
neemt Mara er steevast een kijkje

dan groeten we elkaar en glimlachen,
wetend van Boeddha’s sublieme gebaar;
soms geeft hij advies of hoor ik suggestie
en dan dank ik zo’n godheid van harte

want wie heeft er méér baat bij ontwaken
dan dit ongeschoold haperschaap:
wie is er niet die mij intiemer nog leert
de synchrone taal van bedoeling

kom dus, neem plaats in je zetel,
dit is het verhaal van de grote kwestie
en van een reis die stilaan ons tovert
tot berg van beleving.

Uit de reeks: dharmium/wiswerk
Illustratie: WALLUP.NET

Loflied op mijn leraar


(Yunyan, 780-841, leraar van Dongshan)

Loflied op mijn leraar

Vermijd bewust het buiten je te zoeken
anders wijkt het steeds verder van je.
Vandaag wandel ik alleen
maar in alles ontmoet ik hem.

Hij is niemand anders nu dan mij
maar ik ben niet hetzelfde als hem.
Zo moet het begrepen worden
om te kunnen opgaan in zodanigheid.

Auteur: zenleraar Dongshan (807-869)
Uit: Vertalingen/kluizenaars

Liefdeslied (Rilke)

LIEFDESLIED

Hoe wend ik mijn ziel
om jou niet te raken
hoe til ik haar over
jou heen naar de rest

waar vind ik de plek
in vreemdste omgeving
die niet wordt geroerd
door jouw dieper bestaan

als de strijkstok twee snaren
zingt versmelting
één stem

op welk instrument
tovert wie dit
huidloze deinen?

Uit: Vertalingen/Rainer Maria Rilke

Regendruppel

REGENDRUPPEL

Uit oudste dampkringconstellatie
geperst tot willekeurige wolk
oefent deze regendruppel

met alle medegedoemden
zich bundelend bij stormkracht
in zonnelicht herademend

tegen steeds anonieme vensters
te pletter slaand en haast
onmerkbaar vergaan tot aardkorst

toch via oceaanzang stijgend weer
thermisch duizelingwekkend
zich in het ongeborene.

Uit de reeks: WISWERK

Maanbestaan

MAANBESTAAN

Wie waarheid wenst te dienen
dient te weten wel hoe
niets ontstaat

wonderwet leert
wijze mens dat stervend
dus jij niet vergaat

adem doorspoelt vlees
en geest in vrede
helend wond en waan

elk spiegeloog ontraadselt
zich bij levend
maanbestaan.

Uit de reeks: Toebehoor
ILLustratie: HORISHIGE

Een vergissing (Osip Mandelstam)

Uw gezicht pijnlijk ongrijpbaar
wist ik beneveld niet te raken;
dwaas hoorde ik “Heer”
omdat mijn mond niet zweeg

een vogel soeverein gevleugeld
verliet Gods naam mijn hart;
voor mijn ogen wervelt de nevel,
achter me een kooi, leeg.

Bron:
Mandelstam, Ossip: Gedichte – Paul Celan (Übersetzer). Frankfurt 2017 (oorspr. 1959), p. 21
Mandelstam, Osip: Complete Poetry of Osip Emilevich Mandelstam; translated by B. Raffel and Alla Burago. Albany 1973, p. 46
ILLustratie: Albrecht Dürer

Gebed (Osip Mandelstam)

GEBED

Help me, Heer, vannacht mijn leven te bewaren.
Behoed me, Heer, uw dienaar toch, uw slaaf.
Hoor, Heer, mijn geadem in deze menigte, mijn graf.

Bron:
Wiman, Christian: Stolen Air;
Selected Poems of Osip Mandelstam.
New York 2012, p. 28

Een variant:

Schenk me de kracht, Heer, deze nacht te doorstaan,
want ik, uw slaaf, vrees voor mijn leven:
ik beweeg door deze stad alsof ik slaap in een zerk.

Bronnen:
Mandelstam, Osip: Complete Poetry of Osip Emilevich Mandelstam; translated by B. Raffel and Alla Burago. Albany 1973, p. 188
en Brown, Clarence: Mandelstam. New York 1973, p. 126