Zenhut

"Hij vertrekt
zonder te weten waarheen."

(Brief aan de Hebreeën, 11-8)
 
 
 

HEERSER

 
Wat ben je anders
dan ik net zie als jij
niets dan gras
 
van groene kracht
ademend door aders
draagt ieder zijn verre zucht
 
hoge zuilen laten
reddeloos hun onderdanen
viering zingen
 
in elk gebaar een
druk bevolkte eeuwig
open plek.
 

 

STELSEL

 
Iets verschijnt en krijgt
namen voorzichtig
laat geest intact
 
want broze wensen
van bestaan in waan
weven netten
 
zij vormen zich
vergankelijk uit
zucht naar zielerust
 
laat er ruimte leven
om allen te openbaren
stemmig dat
 
de stille maan
met haar schijnsel
ons leidt op het pad.
 

 

CEL

 
Wereldgegeven ontheemdt
en bevrijdt in elke nis
 
van dit kristalnet broedt
een gloeiender oog.
 

 

BEZOEKSTER

 
Sluit de blik en zie
zij huilt om mij
 
sluit je mond en hoor
zij houdt van mij
 
sluit je hart en weet
zij woont in mij
 
sluit je buik en voel
zij zucht in mij
 
open het lijf en wees
vlees van haar.
 

 

THUIS

 
Thuis in de wereld
is werkelijk niets
vervuld beleeft niemand
het schootgewelf
 
men reist in onrust
vreemde adem die
geen ander deelt
in dit niets zo
 
stilaan wentelt licht
stabieler
tot er rondom tolt
celgespuis
 
laat het binnenlijf jou
goedheidskathedraal
doen keren als
een laatste huis.
 

 

LERAAR

 
De rouwdienst ten einde
roert hij levendiger
nog de tovertrom
 
nors brult zijn tong
als de dharmaleeuw zegt
koeltjes wakend
 
weiger de omweg
beboet het zwartgoud
sus de dwarsheid
 
en laat een eerstgeborene
bij god zich nooit
misleiden.
 

 

BODHISATTVA

 
Zuiver groot open werking
heilzaam stromend vrije bloei
zwaait deze berg van heilig willen
zijn knoestigste staf.
 

 

OMGEVING

 
Lichaamswildernis
zover het oog reikt
vreet adem zich duister
 
door vormen vóór ik al
wist deze werking
alles aanwezig zo
 
eeuwig brengt het licht
van schepping vol
lege fantomen
 
zachtjes thuis
deze iris in de glans
van woeste ongereptheid.
 

 

DANK

 
Behoed en gezegend
vaker dan ik besef
 
voorzien van dieper
vermogen thuis in
 
lichter mysterie rijk
aan fijner lichaam
 
mensen oneindig
liever dan ik besef
 

 

TOETS

 
Onrustig zwak en
eenzaam drentelt geest
afwezig zich verbeeld
 
wezens in huizen
gezichten en handen zij
verzachten de pijnplek ik
 
zou er zijn als
zij bestonden maar
zelfs dan misstaat het
 
te haken naar droomsel
uit het dollemansbed
van vierkant vleesgemak.
 

 

VREDE

 
Onmacht en overmoed
neigt de vlam zijwaarts
maar heilig vuur lokt dieper
 
illusies ruimhartig
leveren hun werking
achterwaarts retour
 
goed kan niet beter
wijs is men klaar
vier liefdeskracht maar.
 

 

ADVIES

 
Leraren machtig
de weg maakt hen groot
koester hun woorden
oefen je dood
 
laat eerlijk bewustzijn
je helderheid geven
stervend slechts
komt men tot leven.
 

 

ZWERVER

 
Verplaatst raak je ontheemd
uit last een vreugd
in lust verdriet
 
ontmoedigd val je stil
wat nergens deugt
kent vrijheid niet.
 

 

KOOR

 
Liefdeslijnen
naar oude wijsheid
dienen zij een dierbaar doel
 
het geheim in dit lijf
zingt zelden zich gladjes
herboren maar hier
 
stijgt het zalig genoeg
om in elk oog glimlachend
god te zien sterven.
 

 

GEZELLEN

 
Gezang wil naamloos
mij ontmoeten hier
blinkt aandoenlijk
een bruin gebit
 
kommen soep
op sandalen bezorgd
betuigen levenslang spijt
van zuchttekort
 
liefdesgespetter
doordringt een mens
die zijn eigen intrede
feestelijk weet te betreuren.
 

 

VIJAND

 
Welke vijand nou
laat op zich wachten
of gromt wanneer
niemand hem ziet
 
zo verraadt jij held
je herkomst en
toont je onverwacht
warmbloedig
 
kom maar kilhand
laat ons dansen
lichtjes deinend op
stilste thuismuziek.
 

 

OEFENEN

 
In lekloze stuwing
van adem valt brekebeen
gewiegd door aarde
steeds rauwer in slaap.
 

 

WEG

 
Het wordt te druk
voor uitleg geen tijd
 
hier kies een bezem
ontwar je zaligheid.