Warmtezangen

VONK

 
Deze kou
knarst alles bloot
 
mijn hart verlangt
naar jou.
 

 
 

OUDER

 
Mijn kinderen zijn niet meer van mij
ik heb hen helpen lopen
 
vanmorgen gingen zij besneeuwd op pad
en lachten om de schoonheid van de vlokken.
 

 
 

KOU

 
Gure winterwind
jij maakt mij
 
slaaf
van verlangen.
 

 
 

DIERLIJK

 
Deze wezens zijn sterk gebouwd
over strenge vorst geen woord
 
hoor mij
afgunstig kwaken.
 

 
 

HUID

 
Hoe anderen elkaar verblijden nu
met hun bereidheid tot vereende tederheid
 
zijn zij op dit moment gezegend
in een toegewijd gebaar van hand die
 
nauwbewogen zegt hoe eindeloos verfijnd
wij leven met een even open ander
 
iemand die niets meer zoekt in dit raken
dan de milde huid van liefde’s eenvoud.