Tussentijds

1.

 
Iets benaderen zonder
het te hoeven bereiken
mompelt de oude man met
de vensterbank in zijn rug
 
in de tuin bij de rozen
staat een bank zonder leuning
waar wij kinderen steeds
weer blijven komen.
 

 
 

2.

 
In elk vertrek een klok natuurlijk
op de schouw een glazen hengst
 
‘s zondags in het voorvertrek neven
met vlaai en borrel in flarden dorpsgesprek
 
hem werd zowaar een geweer beloofd
jaren bleef hij hoopvol komen.
 

 
 

3.

 
Het waren vlezige
mensen vroeger
in hun universum
van stro en bier
en dieselmotor
had elke dag
zijn geurige taak
 
opa die nooit sprak
verdeelde onderling
het werk en
geld en later
zijn bezittingen
toen alles wel
verdiend was
 
vals ontheemd
werd hij
om laatste rust
verwezen
naar de verlatenheid
waar alle stervelingen
komen.