Stil Leven

‘Zie je de vis,
dan vergeet je het water.’

Zhuang Zi

 

ORIËNTATIE 1

Laat me heel zacht beginnen
laat ons heel rustig zijn stil
geen fratsen

geen vraag of omzien
ruimte nu
voor blijvende blik.

ORIËNTATIE 2

Hoor hoe pijn welt
liefde’s innerlijk zegel
tot mens die alles kan.

ORIËNTATIE 3

Zodra wij elkaar doorzien
kan het vanzelf spreken

dat geen herinnering verschijnt
aan wat ontdaan is

van zieke woord voor woord
bevallige woeker.

WIJDING 1

Ongerepte ruimte
die niet krimpt
van angst niet
barst van doelen

niet ontspant
of zich vermoeit
geen gemis en
niets aanwezig is

dat waan wekt
niets verschijnt
dat aantrekt
of verdwijnt.

WIJDING 2

Hoe ijler de zang
hoe ruimer het hart
hoe feller de branding.

AFDRACHT 1

Opdracht
onder alle omstandigheden
gaat het ene schuil
nee omgekeerd

hemelse zang
sticht vele koren maar
in de stilte van het hart
klinkt ieder lied af.

AFDRACHT 2

Verstevig de rem
op aandrang van onzin

in magistrale grot verhoort
spiraalschelp elk verlangen

zalig mandaat van eenheid
intern ontkondigd.

AFDRACHT 3

Niet beter
kun je ontwaken
in het feit

dat leven
volledig zichzelf
verklaart

dan door
alle uiting grondigst
te delen.

AFDRACHT 4

De oude wet kent geen certificaten
en ieder oordeel klutskleunt

heerlijk doelloos kiest de vogel
bes en tak en koerst op

veelvormig ervaren erevlucht door
het alwetend moederlijk oog.

AFDRACHT 5

Talrijk woelbaars ging op of om
wonderlijk menigvuldig stokt de deling
enkel in leegte leeft het feit.

OVERGAVE 1

Wat mis ik u
zachte hand
glimlach schoot

onbestemd
blijft leven
wartaal

voed mij
opdat ik voorgoed
verstom.

OVERGAVE 2

Schromeloos beroep ik me op
onmacht aandrang nuk en willetje

zo talend naar de warme haard
die vreemd genoeg ik bezit

o liefde draag me op aan
uw innigst laaien.

OVERGAVE 3

Vlees
vreemde adem

woord
laatste traan

denken
stollend bloed.

OVERGAVE 4

Schoonheid vlamt in ons geadeld
wat weigert onderdaan zijn dienst
één blik al maakt hem nodeloos.

WETMATIG 1

Goud in de haven
lading op het schip
gezang uit het ruim.

WETMATIG 2

De kudde in zicht
het beest dwaalt af
de jager legt aan.

WETMATIG 3

Het denken aan geluk
het zoeken van allen
het wekken tot leven.

WETMATIG 4

Stuk van een toestel
werk voor de vakman
rust in de tent.

WETMATIG 5

Zo, kom je nog
waar blijf je nu
wat kan er mis.

WETMATIG 6

Avonden waarin verhalen rondgaan
honden geborgen onder spantbalk
laat ademend vermoeide gasten.

WETMATIG 7

De weg zo lang
het lijf zo koud
de stem zo iel.

WETMATIG 8

Er kan jou slechts
doen delen adem
wat leeft in mij.

WETMATIG 9

Licht door de kier
zo zijn wij echt thuis
nooit tastend naar sluitsel.

WETMATIG 10

Drab van de regen
kind op de fiets
dorp rond de put.

WETMATIG 11

Weer ontstaat nieuw leven
beweeglijk zich profilerend verkeer
in kiemloos braakland.