Spelsel

DE KAART

Breek wering
van de stenen muur
negeer historisch restant

verken de ruwe grond
waaronder eeuwenoud
ijs steeds stuwt ongewis

aan de oever tref je naast
de blinde arend een oude man
wiens blik de einder tast

groet de vogel nauwgezet
zijn schreeuw zal jou dag in
dag uit bezielen let op

vraagt de oude om bevrijding
haal dan het vermeende
mes uit zijn rug

verwerkelijkt vind jij je kracht
niets kan jou weerhouden
niemand jou ontzien

voortaan trekt de oversteek
hoor hoe nieuw het ijs al kraakt
nu jou de bedoeling grijpt.

DE BEHUIZING

Vormvaste geborgenheid
elk moment beschikbaar
metselt zich tijdsteen

maar zwart de steen
laat sprakeloos
de uren wachten

achter de zielepoort
schalt wonderlijk
een woordvogel

je glimlacht maar vóór
de drempel al weet je
de vogel of ik.

DE DROOM

Ontstoffelijking is feit
wij zinderen tekens

onderling
onszelve delend

uit voorraden
genegenheid

teren wij
wereldvreemd.

DE ZOEKTOCHT

Ik ken vele woningen
maar zij gedijen niet op visie
wel staan er bloemen graag
ook in de grond

uitbundig geurend leiden
zij bewoners herwaarts
voor een drankje bij
honderduit geprevel

opdat ooit verinnerlijkt
de zinnendans trekt
spiraalgewijs het brandpunt
in van alle zijn

waar ontlading van het
bijstere vuur
ons teugsgewijs alsnog
animeert.

HET GEVECHT

Slagzin klankdwelm nee
het spel sommeert
een heiliger schakel

ontnuchtering
werkt vervoerend

vanwaar bewogen waarheen
bewegend wat voor wie
beweegt beweging

wees ontvankelijk
wacht niet

voorbij het hulpeloos gekrijs
ruisen je wapens vaardig
richting het doemen

van jouw laatste
staat van ontbinding.

DE OPDRACHT

Eeuwenoud gegrift
in de granieten hellingen

goudhart hoelang nog
moeten wij je missen

gun de reuzen een goed
humeur minnaar

hun gefluister schenkt jou
je geheimste gang.

DE DANS

Onwennig dit spel met onbekende
partner werpt je voort in
afzien van houvast

beweging schept handen
streling schept zich hart in lichte
teloorgang verloopt alles ten beste

zo deint de cirkel
inwaarts en bodemloos
verdwijnt het zicht

vreemdsoortige toverzang begeleidt
het wrang ritueel van zulk mensbeeld
wolkpoeder stremt ons bloed

tot klinkende reidans van
voelen en dragen en denken en doen
wat niemand kon vermoeden

dat zulk ontdaan bestaan
steeds verslavender
gaat boeien.

DE PYRAMIDE

Schuif aan in de onderste rij
gezag verrijkt zich niet

gebruik door derden
is gewenst

horden geesten popelen
de bouw te bevolken

hoor hun fluisteringen
galmen

vroeger droeg jij naam
informant

nu sier je schoorvoetend
de tombe

en transformeert
ieder teken.

DE BEVRIJDING

Van binnenuit
golft hartezang.