Kloosterlingen

1.

 
De deur slaat dicht
ik keer me om
loop terug naar binnen.
 

 
 

2.

 
Een vriend naast mij
hoe zou het met hem zijn
buiten schemert het.
 

 
 

3.

 
Mijn snaren zingen
verbeten
suizen auto’s af en aan.
 

 
 

4.

 
De lege schommelstoel
hangt maar wat
te staan.
 

 
 

5.

 
Een duif strijkt neer
op de dakgoot
vliegt dan weer weg.
 

 
 

6.

 
Ik denk
ik denk niet meer
ik denk.
 

 
 

7.

 
De belklank vervliegt
in het fluiten der vogels
ergens tussen gebladerte.