Binding

ONMACHT

De avond is zo laat
en moedeloos legt men
zich neer bij gebleken
gebreken van de dag

de hoge dunk van
een strijdbare ochtend
ontsiert nu de hand die
bezweert wat hem tart

onmacht een lauwe
wil die weigert om
te buigen voor het
vallen van de nacht.

UITZICHT

Het enge gat waarin
ik door de dagen val
wordt stilaan breder

sindskort groeien er
bloemen langs de wand
van deze woning.

AVOND

Dit is het leven herleid
tot een dicht vertrek
waarachter de nacht weerklinkt

wijselijk strekke men zijn leden
als de hond die languit gevloerd
toch jachtig nog ademt.

KRINGLOOP

Het komend zonlicht
staat in de sterren
de dag ging ten eind
als alles weleer

hier laveer ik als gold
het nog kansen te keren
maar de nacht alweer
oppert haar eindspel.

HANDWERK

De volle gave der poëzie
is een lege hand

die sterk gestrekt
het kwade keert en slaat

op de dreun van
het lijden stil

danst op de vlucht
van geluk.

VERKENNING

Dit gebied is onbekend
terrein van niet te bestrijken
omvang of aard

het is geen land
want groei ontbreekt
noch is er lucht of water

maar ieder leeft
en doet er dagelijks
alsof hij thuis is.

SCHILDER

Hij zit het leven
op de huid

met elke streek
streelt hij zijn liefste.

HALTE

Als mijn handen niet bewegen
ben ik dan moe of treurig

ach richt je niet op spreuken
luister hoe de nacht valt.

HOUTSNEDE

De boom is de mens
op maat gemaakt

loof groeit ons
boven het hoofd.

ADEMTOCHT

Veronachtzaamd
passeren langs mijn neus
hele werelddelen

halve waarheden
onder het wakend oog
van een ontvreemde eigenaar.

PIANO

Lege behuizing van de geest
alle ruimte om te ademen

witte wanden waar
de blik rust zuiver

een hand tast
juist voldoende

de toetsen
tot leven.

ZIJ

Zij is een van hen
en allen
zijn zij ingewijd

hun gerustheid
baart mij
onrust van verlangen.