Beleefde Noodzaak

PRIMITIEF

 
Vlammen van adem molken zij
tot dagenlange godenzang
 
zo laait het vuur van eerbied
dat elders men bedenkelijk dooft.
 

 
 

GAST

 
Liefde straalt van zijn gezicht
maar wat hij doet blijft ingetogen
op zijn plaats
 
na het feest voor de geslaagde dag
loopt hij terug naar waar
hij thuishoort
 
het wijsje op zijn harmonica
was nooit voor ons
bestemd.
 

 
 

GENOTEN

 
Altijd staat de lach voorop
of in geval van vals gebit
toch altijd nog het lijf
 
zo wordt de dood een saai
gedenken van wat leven
had kunnen zijn geweest
 
maar stel de lach vergaat
in deernis desnoods
om eigen ongeluk
 
dan blijkt het lichaam
in slijtage plots
vreemdste onderstroom.
 

 
 

HIJ

 
Hij is niet hij
dit is wat je weet
 
was je hem dan
zag je je niet
 
nu verloopt
jouw personage
 
terwijl hij stenen
voedt.
 

 
 

RUIMTE

 
Het kind vangt zijn ballon
de schuurdeur staat open
een vraag wordt gesteld.