Nieuw

ONTKETEND

Als gelei pulseer je
in alle richting

en ontsluier je mij
van binnenuit.

GLANS

Wat vrijkomt aan glans
uit het afscheid van grijpen
danst doorheen verwording en
naijlend gruis de contouren
aan flarden van een uitgewoond
strijdperk – vreedzaam
lijden stroomt heilig
door de lijvig rijzende
branding van enkelvoudig
licht.

JUWEEL

Nieuw is wat zonder begin
nergens eindigt nooit
neerkomt dus op gemak
– ijdele opsmuk
voor de ontwende lichtganger
getooid met wat wereld
steevast achteloos wegzet
om eeuwen later te propageren
als wensvervullend
relikwie.

GROTER

Aan greep onttrokken suf
benoemd en kinderlijk
gekoesterd ben ik illusie
na illusie gaan wisselen
om beter geld – groter goed
deed mij vermoeden dat
ingaan op allerfijnst gewin
per saldo toegang geeft
tot werkelijk voorhanden
overvloed.

ZONNEN

Grote zonnen lang gezocht
openen hun bloeikracht
in de banen van het vlees
zijn zo de levensdagen
van langdurig licht
voorzien – rimpeloos vredig
vlei ik me neer bij de stroom
en zie de lome vinslagen blind
gehoorzamen aan razend
gezag.

STROOM

Tegen de stroom in leef je
steeds nieuwer gevrijwaard
van marktwerking steeds
dieper de kracht in van
oorsprong en herkomst
uit het ongeborene dat
geen tweede kent – jij
waarzegger die loon weigert
voor de weelde van
stuwsel.

VERZADIGD

Volle opname
veroorlooft niets anders
dan in roerloze eenvoud
elk soort bewogenheid
genietend te laten
verouderen in het gretig
ratelen der tekens – nieuw
is hoe immens vredig
adem zich in ons
uitleeft.

OOGLOOS

Het ongeziene laat
zich innerlijk leven als
een serum dat ruim
tast het van vele wanden
ontgrensd bestaan – ik
weet me overbodig hier
en zoek lichte toevlucht
bij vochtgedoog zolang
verdorring nog komt met
kapsones.

EEUWIG

Nu de tere woeling niets
ontziet en sneller zich
verplaatst dan wijsheid
bijbeent blijft er niets
meer over – vreugde
zelfs is teveel gezocht
in vormhouvast van zieleheil
dat grijnzend kauwt op
nooit begrepen oudere
waarheid.

AF

Oude waarheid is nieuw
beleefde afheid van
gebrekkig vleesbestaan
geen inbreuk te bekennen
of lek – niets is teken
daarom worstel je
stabiel door struikgewas
en hemelbaan horend
hoe open ieders hart zich
bezingt.

WAKKER

Voortaan zul je je niet
meer profileren op spel
staat er werkelijk niets
van belang is slechts
geen ik te dragen – ja
zelfontdekking begint
in helle eerlijkheid van
elk mens die waardig
meegaan weigert met
gedroom.

ONTKOESTERD

Woorden zijn kreten
uit de strelingskern

zucht jij
me bezingend.