Gutsend

Voor Lucebert:
kostbaarder dan duurste wanklank
de oude stem van steen.

HEILIGING

Je blik als lichtbron
je buik als centrum
je lijf als veld
je stem als klank
je woord als waarheid
je huis als tempel
je partner als leraar
je leraar als jezelf
je adem als voedsel
je denken als bedoeling
je hart als antenne
je wereld als lichaam
je werk als expressie
je voedsel als geschenk.

VIEREN EN WIJDEN

1.
Elk bedenksel dat ons
verlokten belaagden
meent te binden
is vals bevonden
aanname van nooit
ontstane afloop

ochtendlijk opgaan pas
schenkt helend licht
dat het dagpad klaart
en fris klieven laat
jouw zwaardkunst
elke dichtgeslagen wond

wijze krijgers huldigen
hun instant opdracht
met woordloze eenvoud
strakke gunning en
de zich delende inzet
van volstrekt beleven.

2.
Jij held die moedig eerst
zichzelf moest verslaan
bent betrouwbaarste hulp
nu ons bekakt lichaam
de ruwere spoeling zoekt
van innerlijk verbranden

langszij spetteren huizen
verhalen lotgenoten over
kraters vaardig vermeden
maar betreden door jou
die de ongein aanvaardt
van een afgedankt brein

aanstaande ontbinding
eeuw op eeuw vervloekt
wenkt zegenrijker hand
om dierbaarder aandrang
wellend uit de bodem
onder alle ijl getij.

3.
Laat ons druppel zijn
die oceanen puurt en
hemelwaarts stuurt
steendamp als borging
van het wijsheidsoog
dat uit leegte leeft

jouw ruimtelijk vocht
mengt de vurige weelde
van cellenzon vlammend
in mild laaiende adem
dwars door de vrieskou
van al te eindig vlees

alle dorstwezens mogen
heffen hun diepste dronk
als evenzovele narren
aan een vredig vorstenhof
schuchter dansend de
wilde waarheidstred.

WEERSGESTELDHEID

Je lekt en spettert
dondert en stortgiet
je miezert en
deint en vervloeit

maar ergens en ooit
trok je een grens
en zei voortaan ik
speel nu mooi weer.

TIJDSBESTEDING

Horizontaal

Egootje is als
een autootje,
je kunt er vaart
mee maken maar
beide eindigen ze
op de sloop.

Verticaal

Volheid is de zegen
van koelste dharmaregen,
alle bodemleven
komt tot bloei
en nergens enig
eind in zicht.

WAKELIED

Zegel van eenheid
heiligt elk schepsel
niemand verbroken
ieder kent vrede

vuur van beleving
beweegt elk schepsel
niemand verzwakt
ieder kent vrede

vermogen tot inzicht
verbindt elk schepsel
niemand misleid
ieder kent vrede

verlangen naar vrijheid
bevestigt elk schepsel
niemand geketend
ieder kent vrede

raken aan zachtheid
verruimt elk schepsel
niemand hardvochtig
ieder kent vrede

adem van goedheid
heelt elk schepsel
niemand veroordeeld
ieder kent vrede

vertrouwen in waarheid
opent elk schepsel
niemand bedrieglijk
ieder kent vrede

ontvangen van antwoord
vervult elk schepsel
niemand onmondig
ieder kent vrede

in vreugde van echtheid
ontwaakt elk schepsel
niemand vervreemd
ieder kent vrede

levende leegte
belichaamt elk schepsel
niemand verbijsterd
al is voldaan.

VERDWIJN

Stevig ontspannen
de bron stroomt voorgoed
ademtocht biedt toevlucht
miljardenvoudig vleeswerk

wonderlijk nuchter
tien paleizen in je oog
de liederlijke droomvogel
een feestelijk doodsbanket

openlijk eigen
het tomeloos handgebaar
de oud grommende buikwand
haveloze wenkbrauwendans

verdwenen werkzaam
het vuur dat ontaardde
de mensen wentelende bries
onophoudelijk zingend.

DROOMVIS

Wat waan jij droomvis je
gevleugeld hoe ver dreef jou
het ijle luchtverkeer

ontwijk je zo de spetters
die fel jou willen winnen voor
vorstelijk vochtdomein

van water is ons weefsel
uit adem stampt jouw geest
in planetaire spoeling

wijsheidsoceaan
kom geef volste vinslag
aan dit gulle ambacht

dat lijden mag ontbinden
en jou schenken zegels van
fijnst juweelgezag

huldig kracht nu jou
van ruw ontgonnen trouw
het licht klaart

opgelucht opent
elke liefdevolle geest zich
voor de bulderende grondrust

als vuur dat enkel vuur is
ruimer laait dan al wat vult
laat leven zich voltrekken.

LEVEN

Voller dan vol
de branding van leven
druppelexplosies uit
het oog van de draak

ruimer dan ruim
het leven in werking
door fijnmazigst weefsel
van blaasbalg

lichter dan licht
straalt het levende lichaam
als een muurloos huis
in de vlam van verval

zachter dan zacht
legt het ingoede leven
over duister en grof
haar zegel van glimlach

fijner dan fijn
verbonden met leven
drijft door komen en gaan
de geur van gemak

wijzer dan wijs
de truc van de dreumes
die leven serveert
als toevallig gevonden

vreemder dan vreemd
het ongrijpbare leven
verregent tot korrel
hele wanden van klei

stiller dan stil
leeft de ene bedoeling
van witbleke harten
in veelvuldig leed

trouwer dan trouw
gezelschap dat leeft
in juweelrijk verblijf
van de eenzaat

liever dan lief
beleeft mij het leven
wanneer het zich toont
als al wat ik ben

juister dan juist
plooit levendig weten
de wet van ontvorming
in al wat ik ken

sterker dan sterk
een leven gewaar
van lichaam dat sterft
als geestesgebaar.

LIEVERDJES

Lieverdjes uit glorietijd
strijden van nature
edel om ontwaken

al gonst de wereld nóg
zo loom dat droom
ons zal vermaken

nooit sterker huilt
een lerend hart dan
innerlijk bewogen

niets mooiers voedt
jouw waarheidsbloem dan
vuur van mededogen.

PELGRIM

Het was de drek van zelfmeelij
die mij mijn schoeisel deed wisselen
om de tempel van liefde te mogen betreden.

BLOEM

Boeddha’s bloem draait
om en om
en laat de wereld buigen.

BOEDDHADOMEIN

Welk licht sterveling
heb jij nodig
om levenslang innerlijk
streelbaar te zijn

drift en list
duistert jouw geest
in ijdel gedroom
lekt de adem

laat witte mythen
vers verzadigd
vieren jouw wereld
die nergens bestaat.

GEBED

Zuiver leven, laat kennen
grote goedheid, laat proeven
open hart, laat zijn

kracht die ons spoelt
adem die ons draagt
licht dat ons toont

elk moment beroering
in alle moeite beweging
ieder motief bedoeld

leer ons, zuiver leven
gun ons, grote goedheid
bevrijd ons, open hart.

GRONDTOON

Overal waar adem stroomt
golft bodembewust de ene
grondtoon van bedoeling
stiller dan bedenksels en
altijd ruimer dan houvast
omdat werkelijke liefde zoveel
eerder al begon te zingen
het lied van verlof

vleesgeworden levenskunst
staat op en mompelt
vergeef me dat ik dagelijks
miljoenenvoudig stoor
op deze oude weg naar huis
valt er zoveel te leren en
leunend in dit nieuw gemak
valt er zoveel te doen

twaalf wijze handen
tonen celbewogen hun
uit vorm tredend gebaar
van dieper ontstaan
naar fijner vergaan
deint goddelijke koorzang
in al wat het doet
ons vol tegemoet.

MENSEN

Het bedrog, de aarzeling, een zakdoek
elk een wimper trillend in tegenlicht
wie is er hier die niet stilletjes
overweegt toch maar te vluchten

voor aanstaand groter leed van
onomkeerbaar lijkende spiegels en
woorden die met hun imposante wielen
verpletteren onze aandacht

bodemloos verdwenen alle dagen
in het calcuul van hartekrimp waar
door fijnmazigste ademnood
marcheren kevers van mislukking

ach leer nuchter weigeren
te strelen hun tentakels
laat beitelen het wensjuweel
haar koelste lavazang

een tijdloze zucht, directe voeling
een laatste naijlend gebaar
klaar jouw oog voor de hartsoceaan
wees bereid in je kracht te staan.