Zeg “Een” (gedicht van Rumi)

Jij zit hier dagenlang
en zegt:
“Dit is een vreemde kwestie.”
Jijzélf bent de vreemde kwestie.
Je draagt de energie van de zon in je,
maar je blijft hem oppotten
op je bekkenbodem.

Je bent een raar soort goud
dat in de oven gesmolten wil blijven
om maar geen munt te hoeven zijn.

Zeg EEN in je eenzame woning.
Al het overige liefhebben is je nestelen
in een leugen.

Je bent van zoveel wijnsoorten zat geweest.
Proef dit.
Het zal je niet doen steigeren.
Het is vuur.
Geef maar op,
als je nu nog niet begrijpt dat
jouw leven brandhout is.

Deze woorden gaan zwellen.
Beter dan een gesprek
is innerlijke groei.

 

Bron: prachtig vormgegeven uitgave van Green en Barks:
The illuminated Rumi

> HIER meer vertalingen van Rumi’s poëzie

 

Wallace Stevens

Gisteren wat geneusd in Wallace Stevens: Collected Poetry and Prose (Washington 1997) uit de mooie maar vet gesponsorde serie The Library of America.
In de “Chronology” valt te lezen (p. 967) hoe hij zich afzette tegen het voorlezen van gedichten via publieke optredens; hij weigert uitnodigingen daartoe: “I am not a troubadour.”

Deed me overwegen hoe dit contrasteert met de actuele poëzie-cultuur: de vermaaksfactor wint het van inhoudelijke waardering; de persoon is wat in eerste instantie trekt, niet zozeer de tekst.

Hier William Carlos Williams pleidooi voor de waarde van het woord:

Mijn hart wakkert
bij de gedachte jou nieuws te brengen
omtrent iets
dat jou aangaat
en dat vele mensen aangaat. Kijk
wat men voor nieuw verslijt.
Daar zul je het niet vinden, maar in
gedichten die men minacht.
Het is moeilijk
nieuws te halen uit gedichten
maar dagelijks sterven mensen in ellende
uit gemis
aan wat zij bieden.