Lucebert reciteert Schimmenspel

SCHIMMENSPEL

nu begint dat andere taaie ongerief
dat van de ouderdom van ik had je zo lief
moeder wereld knekelhuis en zonder baten
blaat je alleen nog verminkte citaten
waarmee je de legende van jezelf kruidt en bederft
en het wordt later en later

en dan de conversatie zeg maar geklets
elke aanspraak valt als een pot erwten in je oor
in je wanhoop zet je daar dan een dikke deur voor
en achter grendels achter het al vagere gekeuvel
draag je hijgend zand aan voor een hoge heuvel
die je dan met wankele tred beklimt tot de top
daar aangekomen stijg je langzaam op
in mist en stilte verdwijnt je oude kop

 

Lucebert: Verzamelde gedichten Amsterdam 2002, p. 707

Recentelijk is er een biografie van Lucebert verschenen van Wim Hazeu, een mooi boek van bijna 1000 pagina’s, rijk geïllustreerd en uiteraard, gezien Hazeu’s ervaring, literair smulspul.

Herfstavond (gedicht van Pao Jung)

HERFSTAVOND

Nu het hele universum
zich kleurt met regen
ziet men nauwelijks meer zijn vorm

vanaf de overzijde van de rivier
klinkt ver weg
de dreun van soetra-gezang

op de Tsuke-berg
gaan in dit nachtelijk duister
talloze monniken in meditatie

maar wie bezemt
bij de stenen toren hier
de herfstwolken?

GEDICHT VAN Pao Jung (9e eeuw),
BRON: O’CONNOR, MIKE AND JOHNSON, R. STEVE: WHERE THE WORLD DOES NOT FOLLOW;
BUDDHIST CHINA IN PICTURE AND POEM. SOMERVILLE 2002, P. 91

 

Het waarheidswiel (audio-versie)

Zwiep het wiel van de vier grote universele geloften voorwaarts.
(Zen-meester Hakuin)


HET WAARHEIDSWIEL

Dit lijdend lichaam is als
wensjuweel een herberg
voor elke levensvorm een
thuis voor alle bewegen
een diepe grond die vredig
de tekens voedt van wie
zoekt naar voeling met wat
werkelijk nergens voldoende
zich liefdevol leerde zien.

Inzicht omtrent oude honger
legt de oorzaak bloot van
mijn enge voorraad ademing
en lek geslagen interesse
die mij steevast proevend hier
het ongemak van overdaad
laat staren door de spijlen
in het lok- en weigerraster
van doodgeboren willekeur.

Geen enkele vorm is eindvorm
want zoveel versere werking ons
dagelijks zoveel eerder vormt
en ademloze voorgeboorte ons
uit veel dieper bron vervoert
ons hart zo ongenadig stuwt
door fluwelen volheid dat zelfs
jij oprecht gewekt je opent
voor vorstelijkst totaalbestaan.

De zegetocht van deze draak
door cellenstof en breingewas
leunend hier en proestend daar
maakt wel beschamend kenbaar
de grove wapens in mijn hand
de giftig geurende helingsdrang
en diep geschonden taligheid
van alle waakzotte wezens
zo sereen door hem verorberd.

 

(uit de reeks Dharmium/Zeggelings)

 

Zeg “Een” (gedicht van Rumi)

Jij zit hier dagenlang
en zegt:
“Dit is een vreemde kwestie.”
Jijzélf bent de vreemde kwestie.
Je draagt de energie van de zon in je,
maar je blijft hem oppotten
op je bekkenbodem.

Je bent een raar soort goud
dat in de oven gesmolten wil blijven
om maar geen munt te hoeven zijn.

Zeg EEN in je eenzame woning.
Al het overige liefhebben is je nestelen
in een leugen.

Je bent van zoveel wijnsoorten zat geweest.
Proef dit.
Het zal je niet doen steigeren.
Het is vuur.
Geef maar op,
als je nu nog niet begrijpt dat
jouw leven brandhout is.

Deze woorden gaan zwellen.
Beter dan een gesprek
is innerlijke groei.

 

Bron: prachtig vormgegeven uitgave van Green en Barks:
The illuminated Rumi

> HIER meer vertalingen van Rumi’s poëzie

 

Betrouwbaar (audio-versie)

BETROUWBAAR

Rusten op de adem
zakken naar de bron

vele taferelen
verre verschijnselen
ontwortelend denken

steeds fijner de trilling
steeds ruimer de cel

onrust angst
onpeilbare dwang
woud van verlangens

rusten op de adem
zakken naar de bron

zwak behoeftig
aangetaste leden
uithuizigst bestaan

steeds fijner de trilling
steeds ruimer de cel

beelden als water
vlagen gevoel
waan alle greep

rusten op de adem
zakken naar de bron

weten van liefde
licht in het hart
bevrijdingsritueel

steeds fijner de trilling
steeds ruimer de cel.

 

(uit de reeks Werkterrein / Veldbek)

 

Wallace Stevens

Gisteren wat geneusd in Wallace Stevens: Collected Poetry and Prose (Washington 1997) uit de mooie maar vet gesponsorde serie The Library of America.
In de “Chronology” valt te lezen (p. 967) hoe hij zich afzette tegen het voorlezen van gedichten via publieke optredens; hij weigert uitnodigingen daartoe: “I am not a troubadour.”

Deed me overwegen hoe dit contrasteert met de actuele poëzie-cultuur: de vermaaksfactor wint het van inhoudelijke waardering; de persoon is wat in eerste instantie trekt, niet zozeer de tekst.

Hier William Carlos Williams pleidooi voor de waarde van het woord:

Mijn hart wakkert
bij de gedachte jou nieuws te brengen
omtrent iets
dat jou aangaat
en dat vele mensen aangaat. Kijk
wat men voor nieuw verslijt.
Daar zul je het niet vinden, maar in
gedichten die men minacht.
Het is moeilijk
nieuws te halen uit gedichten
maar dagelijks sterven mensen in ellende
uit gemis
aan wat zij bieden.

 

Terechte heroriëntatie in poëzie

Niet indruk maken,
maar uitdrukking geven.

Eindelijk een zinnige oriëntatie in poëzieland, op initiatief van Arjan Peters in de Volkskrant van vandaag. Niet omdat de antwoorden die daar door diverse mensen worden aangereikt zo substantieel zouden zijn, maar omdat dit artikel het serieus signaal geeft dat poëzie iets anders beoogt dan consumptief gegniffel.

Er is meer diepgang mee gemoeid, meer emotionele context, dan de voldoening van romantisch sentiment, cerebraal gepuzzel en sociale code-bevestiging. Laat poëzie aansluiten bij het totale leven, laat het ons hele bestaan op het spel zetten, laat het een onderzoek en ontdekking zijn, waardig bediend, vreugdevol beleefd – een expressieve weergave van ons menselijk zingevingsmotief.

En hopelijk durven meer mensen in het verlengde van dat initiatief keuzes te maken, door verder te gaan dan obligate of vrijbijvende formuleringen over het literair-academisch werkterrein, de nieuwe tijdgeest of de diversiteit van de menselijke soort. Tolerantie is prima, en alle fora getuigen van onze collectieve inspanning om de democratische pedagogie te borgen. Maar laten we onszelf daar niet achter verbergen of in verliezen: kwaliteit nodigt ons uit de volle omvang van ons bestaan te belichamen en uit te drukken.

Poëzie weerspiegelt de volle rijkdom van het menselijk belevingspalet. Vertaald naar het individu: je hele identiteit is aan de orde. Dat maakt expressie juist tot zo’n innerlijk kleurrijke en interessante levensaspect; schrijven, schilderen, muziek, dans: het is een vorm van zelfonderzoek. In plaats van het leven te deformeren via beeldvorming over artisticiteit, laat je je direct informeren en bewegen door het leven van binnenuit.

 

Hommage

Laat me niet verworden
tot een muziekloos roddelplekje

laat spinsels ons niet vervreemden
van het oeroud familiejuweel

oorspronkelijk adem jij krachtveld
oceanisch ochtendlicht

met liedkristal betreedt de zanger
dit vorstelijk universum

om onvermoeibaar te bejubelen
ieders meest versleten weefsel.

 

Poëzie is geen performance

Wie leegte kent,
verschilt er niet van.

Poëzie is geen performance, zoals er ook een verschil is tussen poëzie en muziek (hoe verwant ze van oorsprong ook mogen zijn). Poëzie is woordkunst: heilige verwoording van diepste bedoeling.
Heftigheid en diepte zijn niet hetzelfde: een schreeuw kan nikszeggend zijn, en een intieme uitspraak heel betekenisvol.

Maar als de beleving ontbreekt in ons bestaan, als de zin onvoldoende voelbaar is, neigen we ertoe die te máken, via geschikte condities, via beeldvorming en invulling. We profileren ons dan op een uiterlijker manier dan onze ware identiteit vereist.

Dat maakt de dichter die we zijn tot een zelfbeeld, een constructie, een project – en de respons daarop moet dan de zin ervan bepalen en de juistheid ervan bewijzen.
Dit is de omgekeerde wereld, want de enig betrouwbare zin is je eigen bewogen worden en de juistheid ervan ligt in de volheid die je ervaart.

Poëzie ontstaat van binnenuit – en gaat over het totaalbestaan dat we zijn, het mysterie van leven en dood, van liefde en vrijheid. Dat omvat meer dan een boeiende of dramatische presentatie.